Borstkanker - Mammacarcinoom

Borstkanker (mammacarcinoom) ontstaat in en om het borstweefsel van vrouwen en mannen. Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Bij mannen is borstkanker zeldzamer.

De borst bestaat uit een aantal onderdelen. Melkklieren (lobuli) maken de melk die via de melkgangen (ductuli) naar de tepel wordt vervoerd. Het bindweefsel en vetweefsel zorgen voor de vorm en stevigheid van de borsten. Bloedvaten in de borst voorzien de borsten van zuurstof en voedingsstoffen. Lymfevaten voeren afvalstoffen en eventuele ziekteverwekkers af naar de lymfeknopen waar ziekteverwerkers onschadelijk gemaakt worden. Borstkanker ontstaat meestal in de melkgangen. We noemen dit dan ook wel ductaal carcinoom. Borstkanker kan ook ontstaan in de melkklieren, dit noemen we ook wel lobulair carcinoom. Als de kwaadaardige cellen enkel in de klierbuizen aanwezig zijn (en nog niet in de omgevende structuren ingroeien), dan is sprake van een voorstadium van borstkanker (in situ carcinoom)

Lees verderminder over Borstkanker

Symptomen en klachten

Wij adviseren u om regelmatig uw borsten te controleren. Wanneer u één of meerdere van de onderstaande veranderingen opmerkt, raden wij u aan  uw huisarts te bezoeken:
- Een knibbeltje of deukje in uw borst;
- Een ingetrokken tepel;
- Exceem, schilferingen, roodheid van de tepel;
- Vocht uit uw tepel (bloedering, waterig, melkachtig of groene kleur;
- Een slecht genezend wondje op uw borst;
- Uw borst (eenzijdig) voelt warm aan - de huid van uw borst kan op een sinaasappelschil lijken.

Hoe vaak komt het voor

In Nederland krijgen 14.000 vrouwen per jaar borstkanker, ofwel 1 op de 8 à 9 vrouwen krijgt deze vorm van kanker. Borstkanker komt voor op alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen tussen de 55 en 70 jaar. Daarom worden vrouwen tussen 50 en 75 jaar één keer in de twee jaar opgeroepen voor een mammografie, het zogenaamde bevolkingsonderzoek naar borstkanker om afwijkingen in een vroeg stadium op te sporen. Ook mannen kunnen borstkanker krijgen. In Nederland krijgen ongeveer 100 mannen per jaar borstkanker.

Oorzaken

Helaas zijn de oorzaken van borstkanker vaak onduidelijk. Wel zijn er verschillende factoren die het risico op borstkanker verhogen:
- Eerste menstruatie op jonge leeftijd (<  10 jaar);
- Overgang op late leeftijd;
- Geen kinderen krijgen of de eerste zwangerschap na het 35ste jaar;
- Vanaf jonge leeftijd en/of langdurig gebruik van anticonceptiepil;
- Langdurig slikken van hormoonpreparaten tegen overgangsklachten;
- Te weinig bewegen, teveel alcohol, roken en overgewicht;
- Op jonge leefstijd bestraling op de borstkas, bijvoorbeeld voor lymfeklierkanker (ziekte van Hodgnik of Non-Hodgkin)

In 5 tot 10% van de gevallen is er sprake van een erfelijke factor. De genen BRCA1 en BRCA2 (BReast CAncer) geven een verhoogde kans op borstkanker. Borstkanker ontstaat dan vaak op jongere leeftijd en komt bij meerdere familieleden en/of generaties voor.

Gevolgen

Erfelijkheid

Er zijn meerdere erfelijke (genetische) factoren bekend die geassocieerd zijn met borstkanker. Het meest bekend zijn de borstkankergenen BRCA1 en BRCA2. Als de DNA code in deze genen afwijkend is, is er sprake van een mutatie, en werkt het gen niet normaal. Deze foute code (erfelijke aanleg) kan doorgegeven worden aan de kinderen, zowel aan jongens als aan meisjes. Een vrouw met een BRCA1 of BRCA2 mutatie heeft een sterk verhoogd risico om tijdens het leven borst- en/of eierstokkanker te krijgen (risico op een eerste borstkanker 60-80%, borstkanker in de tweede borst 20-50%, eierstokkanker voor BRCA1: 20-60%, voor BRCA2: 5-20%). Ook andere genen zijn geassocieerd met borstkanker (o.a. p53 (Li Fraumeni syndroom), PTEN (syndroom van Cowden), STK11 (syndroom Peutz-Jeghers), neurofibromatose 1 (NF1)) maar komen minder vaak voor. Voorts zijn er genetische factoren die gepaard gaan met een minder sterk verhoogd risico op borstkanker zoals PALB2, CHEK2, ATM. Voor de zeldzamere tumorsyndromen  en laag-risico borstkankergenen is nog niet altijd duidelijk wat het exact risico voor het krijgen van borstkanker is voor een betreffende vrouw, en is verder onderzoek nodig. Als er bij erfelijkheidsonderzoek geen oorzakelijke factor wordt gevonden, wordt het risico op borstkanker voor de adviesvraagster berekend o.b.v. de familiegeschiedenis.  

Is er sprake van een verhoogd risico op borstkanker door een aangetoonde erfelijke aanleg of een familiaire belasting, dan worden de verschillende opties besproken, bestaand uit hetzij regelmatige controle buiten het bevolkingsonderzoek (op specifieke poli's) of overweging van preventieve chirurgie van risico-organen (borstamputatie, of verwijdering van eierstokken/ eileiders).

Omgaan met uw ziekte

Leefregels

Onderzoeken
Om een diagnose vast te stellen wordt u onderzocht door een specialist. Dit onderzoek kan bestaan uit:
Behandelingen
Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek dat u ondergaan heeft, wordt een behandelplan opgesteld. De behandeling kan bestaan uit:
Terug