... / ... / ... / ... / Nieuwsbrief maart 2017 / Meer baat bij borstsparende therapie

Meer baat bij borstsparende therapie


Een deel van de borstkankerpatiënten heeft mogelijk meer baat bij borstsparende therapie dan bij borstamputatie.

Dat blijkt uit onderzoek dat wetenschappers van het Erasmus MC, het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en Universiteit Twente (UT) presenteerden op 30 januari 2017.

borstsparende-therapieDe onderzoekers bestudeerden cijfers van bijna 130.000 borstkankerpatiënten. Van de in het verleden borstsparend behandelde patiënten bleek tien jaar na de behandeling 25% meer in leven dan van patiënten die een borstamputatie hadden ondergaan. De hogere overleving is vooral zichtbaar bij patiënten die geen chemotherapie kregen, bij patiënten ouder dan 50 jaar en bij patiënten met bijkomende ziekten (comorbiditeit).

De onderzoekers benadrukken dat de resultaten niet betekenen dat een borstamputatie een slechte keuze was of zal zijn. Keuzes worden gemaakt op basis van meer factoren dan alleen overleving. Borstamputatie kan nog steeds de voorkeursbehandeling zijn, bijvoorbeeld voor patiënten met een verhoogd risico op nadelige effecten van radiotherapie, in sociale of psychologische omstandigheden, of een verwachte ongunstige esthetische uitkomst van een borstsparende behandeling.

Eerdere studies, vooral uit de jaren tachtig, toonden al aan dat de overleving voor borstkankerpatiënten voor beide behandelingen gelijk is. Deze studies sluiten echter vaak oudere patiënten of patiënten met comorbiditeit uit. Bovendien zijn de huidige diagnostiek en behandeling (operatie, bestraling, chemotherapie en bijvoorbeeld hormonale therapie) enorm verbeterd. Daarom was er behoefte aan nieuwe inzichten.