... / ... / ... / ... / De polikliniek Andrologie / De androloog

De androloog

Wat doet de Androloog?

Het onderzoek
Om een mogelijke verklaring te geven voor een afwijkende sperma-analyse stelt de androloog u een groot aantal vragen (anamnese). Met name vraagt hij of zij naar kinderziektes (bof), doorgemaakte infecties en operaties aan de urinewegen en geslachtsorganen, gebruik van nicotine en alcohol, blootstelling aan giftige stoffen en niet in de laatste plaats zal hij vragen wanneer, hoe en hoe vaak een geslachtsgemeenschap (coïtus) plaatsvindt. Bij onvruchtbaarheid zal de arts letten op de ligging en de grootte van de zaadballen, de bijbal en de zaadleiders. Verder voelt hij en luistert hij met een speciale stethoscoop of er een spatader (varicocèle) aanwezig is.


Spermaonderzoek
Twee (soms drie) keer wordt een spermaonderzoek gedaan.


Bloedonderzoek
In het bloed wordt gekeken naar de hormonen LH en FSH, die de zaadballen stimuleren. Deze hormonen worden geproduceerd door de hypofyse, een kliertje dat in de schedel ligt. Er wordt ook naar testosteron gekeken, het "mannelijk" hormoon dat door de zaadballen wordt gemaakt.


Echografie
Echografie (= geluidsfoto ) van het scrotum (= balzak) geeft nog meer zekerheid het bestaan van een varicocèle aan.


Testisbiopsie
Onder plaatselijke verdoving van de zaadbal en de balzak wordt een stukje weefsel weggenomen, dat vervolgens onder een microscoop bekeken wordt hoe de kwaliteit van de zaadproductie is.


Genetisch onderzoek
Wanneer het sperma heel slecht van kwaliteit is kan genetisch onderzoek in bloed plaatsvinden.