... / ... / ... / ... / Sub-pelviene stenose / Open operatie

Open operatie

Bij ongeveer 20% van de kinderen met een sub-pelviene stenose zorgt de vernauwing voor een ernstige uitzetting van het nierbekken en/of een verminderde werking van de nier en/of klachten. In dat geval wordt een operatie voorgesteld. Bij jonge kinderen van 0 t/m 2 jaar wordt een ‘open operatie’ gedaan. Dit betekent dat via een snede in de zijkant van de buik de nierafwijking wordt hersteld (zie tekening). De kinderuroloog verwijdert het vernauwde deel en maakt op een speciale manier een nieuwe uitgang van het nierbekken.




Tijdens de operatie plaatst de kinderuroloog ook een buisje (nier-drain) vanuit de nier, via de zijkant van de buik, naar buiten. Door de nier-drain komt de urine vanuit de nier naar buiten in een opvangzak. Deze nierdrain zorgt ervoor dat er geen lekje ontstaat in de nieuwe uitgang van het nierbekken. Na ongeveer 5 tot 6 dagen wordt via de nier-drain een beetje blauwe kleurstof in het nierbekken gebracht en wordt de nier-drain dicht gedaan. Als de nieuwe nierbekken-uitgang goed werkt, zal de blauwe vloeistof doorlopen via de urineleider naar de blaas. In dat geval zal de urine-plas een blauwe kleur krijgen. Bij een blauwe plas (en geen pijn of koorts) kan de nier-drain de volgende dag verwijderd worden op de verpleegafdeling . Daarna kan het kind naar huis.

Na ontslag uit het ziekenhuis is de eerste controle op de polikliniek meestal 2 tot 3 maanden na de operatie. Bij deze controle wordt bijna altijd een echo-onderzoek gedaan. Dit onderzoek laat zien of de uitzetting van het nierbekken door de operatie verbeterd is. Een tijd later zal nog een nieuwe nier-scan gedaan worden om te controleren of de nieuwe nierbekken-uitgang goed werkt. Als het kind geen klachten heeft en het echo-onderzoek en de nierscan tonen dat de nieuwe nierbekken-uitgang goed werkt, dan kunnen de controles bij de kinderuroloog gestopt worden.