... / ... / ... / ... / Niet ingedaalde bal / Niet ingedaalde bal

Niet ingedaalde bal

Bal niet in balzak.

Wat is een niet-ingedaalde zaadbal?
Bij 3% van de op tijd geboren jongens zijn één of beide balletjes bij de geboorte nog niet goed ingedaald in de balzak. Het niet-ingedaalde balletje bevindt zich meestal ergens in het indalingstraject dat, van de buikholte via het lieskanaal, naar de balzak verloopt. In het eerste 6 maanden kan het balletje alsnog vanzelf indalen in de balzak. Wanneer dit op de leeftijd van 6 maanden nog niet het geval is, is een operatie nodig om het balletje in de balzak te brengen. Soms blijkt tijdens de operatie dat de bal niet is aangelegd. Ook is er een kleine kans dat de bal al voor de geboorte is verschrompeld; in dat geval wordt het verschrompelde balletje verwijderd.

Hoe komt het dat een balletje niet is ingedaald?
Meestal weten we dit niet. Omdat indaling pas laat (vanaf de 6e maand) in de zwangerschap optreedt, komt het vaker voor bij te vroeg geboren jongens. Hoe de indaling precies verloopt is nog niet helemaal bekend. Wel weten we dat het voor een goed indalingsproces belangrijk is dat de zaadbal zich normaal heeft ontwikkeld. Dit blijkt ook uit het feit dat niet-ingedaalde ballen er vaker abnormaal uitzien.

Waarom is een operatie nodig?
In de puberteit gaan de zaadballen mannelijk hormoon (testosteron) en zaadcellen aanmaken. Voor de productie van normale zaadcellen horen ballen in de balzak te zitten, waar de temperatuur wat lager is dan in de rest van het lichaam. Omdat een niet-ingedaalde bal na de leeftijd van 6 maanden niet meer vanzelf indaalt, wordt een operatie al op jonge leeftijd uitgevoerd, bij voorkeur in het eerste levensjaar. Door de bal in de balzak te plaatsen kan deze zich optimaal ontwikkelen. Ondanks operatie op jonge leeftijd, kan een normale functie van de oorspronkelijk niet-ingedaalde bal niet worden gegarandeerd. Vooral wanneer beide ballen niet waren ingedaald, kan later sprake zijn van verminderde vruchtbaarheid.

Wat is een retractiele bal en wat is ascensus?
Het komt voor dat een eerder ingedaalde bal enkele jaren later niet meer in de balzak zit, maar in de lies. Als het balletje bij onderzoek op de polikliniek gemakkelijk in de balzak kan worden teruggeschoven, noemen we dit een retractiele bal. Een retractiele bal hoeft niet behandeld te worden, maar moet wel gecontroleerd worden. Het komt ook voor dat een ingedaalde bal enkele jaren later niet meer in de balzak zit, en ook niet in de balzak kan worden teruggeschoven. Dit wordt ascensus (opstijgen) genoemd. Bij de helft van de jongens met ascensus daalt de bal later, in de puberteit, weer in. Helaas is niet te voorspellen of spontane indaling in de puberteit zal optreden.

Hoe zit het met de vruchtbaarheid en zaadbalkanker?
Niet-ingedaalde zaadballen kunnen in aanleg minder goed ontwikkeld zijn. Er zijn aanwijzingen dat ondanks een operatie, de functie van de bal abnormaal kan blijven. Vooral wanneer beide ballen niet goed waren ingedaald, kan later sprake zijn van verminderde vruchtbaarheid. Door ze op jonge leeftijd in de balzak te plaatsen, kunnen ze zich in ieder geval zo goed mogelijk  ontwikkelen.
Bij niet-ingedaalde zaadballen is er een iets verhoogde kans op het ontstaan van zaadbalkanker na de puberteit. Ook na de operatie (orchidopexie) is de kans verhoogd. Er zijn aanwijzingen dat na een operatie op jonge leeftijd de kans weliswaar kleiner is dan wanneer de operatie pas in de puberteit plaatsvond, maar de kans blijft licht verhoogd. Als zaadbalkanker in een vroeg stadium wordt ontdekt, is de kans op volledige genezing zeer groot. Wij adviseren om vanaf de puberteitsleeftijd 1 keer per maand zelfonderzoek te doen.

Wat gebeurt er bij de afspraak op de polikliniek kinderurologie?
Het is belangrijk om te weten of de balletjes van uw zoon vroeger wel ingedaald waren; vraag dit na bij uw consultatiebureau en neem het groeiboek mee. De meeste niet-ingedaalde ballen zitten in de lies. Wanneer de bal niet in de lies te voelen is, wordt vaak een echografie gedaan om het balletje te zoeken. Als bij echografie de bal niet wordt gevonden, of in de buikholte wordt gezien, wordt meestal een kijkoperatie (laparoscopie) geadviseerd.

Wat gebeurt er bij de operatie?
Als het balletje goed voelbaar is, vindt de opname in dagverpleging plaats en mag uw zoon dezelfde dag weer mee naar huis. Als er een kijkoperatie wordt gedaan, of wanneer beide balletjes niet zijn ingedaald, blijft uw zoon 1 nacht in het ziekenhuis.
De operatie, ook wel orchidopexie genoemd, vindt altijd onder algehele narcose plaats. Als het balletje in de lies zit, wordt deze opgezocht via een sneetje in de lies. Het omgevende weefsel wordt losgemaakt van de zaadstreng, waarin zich de bloedvaten en de zaadleider van de bal bevinden. Met een tweede sneetje wordt de bal in de balzak vastgezet. In veel gevallen blijkt de verbinding naar de buikholte nog open te zijn; dit heet een liesbreuk. Ook dit wordt verholpen, door de opening te sluiten. De gehele operatie duurt ongeveer 45 minuten.
Soms is de zaadstreng te kort om de bal naar de balzak te brengen; dit komt vooral voor bij ballen die in de buikholte liggen. Om lengte te winnen worden de bloedvaten van de bal doorgeknipt, waarna de bal in de balzak wordt gebracht. Meestal gebeurt dit in dezelfde operatie, maar soms wordt de bal pas 6 maanden later op zijn plek gebracht, bij een tweede operatie. Wanneer de bloedvaten moeten worden doorgeknipt, is de kans dat de bal na de operatie verschrompelt duidelijk verhoogd. Gelukkig zijn er meestal voldoende reservebloedvaten, die pal naast de zaadleider lopen, om dit te voorkomen.
Wanneer niet duidelijk is waar de bal zich bevindt, wordt onder narcose eerst een kijkoperatie (laparoscopie) gedaan. Meestal zit het balletje vlakbij de lies en wordt na de kijkoperatie het balletje in de balzak geplaatst, via een sneetje in de lies. Wanneer ook een kijkoperatie gedaan wordt, is de totale duur van de operatie ongeveer 75 minuten.

Wat kan ik na de operatie verwachten?
Uw zoon kan de eerste paar dagen nog wat last hebben van de wond. U kunt hem hiervoor de pijnstillers geven die u uit het ziekenhuis (eventueel op recept) heeft meegekregen. Om de wond goed te laten genezen wordt geadviseerd om uw zoon de eerste 2 weken niet te laten sporten, fietsen of deelnemen aan schoolgymnastiek.
De genezing na de operatie verloopt vrijwel altijd zonder problemen. Indien er toch een probleem lijkt zoals veel pijn, bloedverlies uit de wond of koorts (boven de 38,5ºC), neemt u dan svp contact op met de dienstdoende arts van de Kinderurologie. U kunt deze bereiken via 010 – 7040704.