... / ... / ... / ... / Hypospadie / Operatie hypospadie

Operatie hypospadie

Informatie voor ouders

Bij een jongetje met een hypospadie wordt bijna altijd een operatie voorgesteld. Het doel van
een operatie is meestal:

1. Een nieuw uiteinde van de plasbuis maken, zodat het plasgaatje op de eikel komt te liggen.

2. Een cosmetisch zo normaal mogelijk uitziende penis maken.

3. Het recht maken van een eventuele verkromming.

Uw kinderuroloog doet tijdens de operatie zijn/haar uiterste best om een zo goed mogelijk resultaat te krijgen. Desondanks kan na de hypospadie-operatie een probleem in de genezing optreden zoals een ‘lekje’ (= fistel) in het nieuwe uiteinde van de plasbuis. Om de kans op een lekje zo laag mogelijk te krijgen, haalt de kinderuroloog onderhuids weefsel van de afwijkende voorhuid af en gebruikt dit als beschermlaag op de nieuwe plasbuis. De rest van de afwijkende voorhuid wordt verwijderd. Bij de meeste jongetjes met een hypospadie kan de operatie in 1 keer gedaan worden. Op de polikliniek bespreekt u met uw kinderuroloog of de operatie in dagbehandeling (uw zoon kan dezelfde dag mee naar huis) wordt uitgevoerd of dat uw zoon meerdere dagen wordt opgenomen.

De meest gebruikte operatietechniek is in de tekeningen hieronder weergegeven:


Na de operatie wordt een verband om de penis aangelegd. Dit verband wordt na 2 dagen verwijderd. Ook wordt bijna altijd een tijdelijk kunststof buisje via de (nieuwe) plasbuis in de blaas gelegd: hier komt de plas door naar buiten. Soms wordt ook een buisje via de onderbuik in de blaas geplaatst: dan komt hier de plas door naar buiten. Het tijdelijke buisje wordt meestal na 5 tot 7 dagen verwijderd. Het komt zelden voor dat het plasgaatje bij een hypospadie zo laag ligt dat twee operaties nodig zijn. In dat geval volgt de tweede operatie minstens een half jaar na de eerste.

Beoordeling resultaat en polikliniekbezoek:
De standaard poliklinische controles vinden 6 maanden na de operatie en op de leeftijd van 5, 10 en 15 jaar plaats. Voor de beoordeling van het cosmetisch resultaat van de operatie worden foto’s gemaakt vlak vóór de operatie (onder narcose) en tijdens de poliklinische controles. Daarnaast wordt het cosmetisch resultaat ook beoordeeld aan de hand van een vragenlijst die vóór de operatie en vlak vóór de poliklinische controles door u wordt ingevuld. Het operatieresultaat voor de plasfunctie wordt beoordeeld door een vragenlijst die door u wordt ingevuld en een “plasstraal”-meting bij de poliklinische controles op de leeftijd van 5, 10 en 15 jaar. Tijdens de polikliniekbezoeken wordt ook beoordeeld of geen probleem in de genezing is opgetreden, zoals een ‘lekje’ (= fistel) in het nieuwe uiteinde van de plasbuis.

Als u nog vragen heeft over de behandeling van hypospadie in het Sophia Kinderziekenhuis, kunt u dat altijd bespreken met uw kinderuroloog op de polikliniek.