... / ... / ... / Zorglijn unit P2 / Klinische afdeling

Klinische afdeling

Gesloten opnameafdeling
Op de opnameafdeling worden patiënten met ernstiger depressieve klachten behandeld. De opnameafdeling bestaat uit een gesloten unit. "Gesloten" houdt in dat de deur van de afdeling op slot zit. Patiënten kunnen niet zomaar van de afdeling af. Dit kan alleen na toestemming van het behandelteam. De behandeling wordt uitgevoerd volgens richtlijnen, welke zijn gebaseerd op het laatste wetenschappelijk onderzoek. De behandeling kan verschillende onderdelen bevatten, namelijk voorlichting en psycho-educatie, medicatie, elektroconvulsie therapie, aktiviteitenbegeleiding, bewegingstherapie, runningtherapie en psychotherapie (cognitieve gedragstherapie).

Werkwijze
Op de dag van opname vindt er een opnamegesprek plaats met de arts in opleiding tot psychiater (aios) en een verpleegkundige. Familie of vrienden kunnen bij dit gesprek aanwezig zijn. Ook vindt er een kennismakingsgesprek plaats met een psychiater. Er wordt een algemeen lichamelijk onderzoek uitgevoerd en bloed en urine worden onderzocht.

Wanneer een patiënt medicatie voor depressieve klachten gebruikt, zal deze medicatie in de eerste week of eerste twee weken worden afgebouwd. Vervolgens vindt observatie plaats zonder medicatie. Deze observatieperiode duurt minstens één week en heeft als doel het stellen van een juiste diagnose. Afhankelijk van deze diagnose wordt een voorstel voor behandeling gedaan. Eventuele medicatie die een patiënt gebruikt voor lichamelijke klachten wordt niet afgebouwd.

De meeste patiënten worden aanvankelijk opgenomen op de gesloten unit. De reden hiervoor is dat depressieve klachten kunnen verergeren bij afbouw van medicatie. Op de gesloten unit zijn meer mogelijkheden om gevaarlijke situaties beter te kunnen voorkomen. Ook kunnen patiënten uitgebreider geobserveerd worden, waardoor beter een juiste diagnose gesteld kan worden.

De meeste patiënten worden vrijwillig opgenomen. Soms vindt een gedwongen opname plaats, bijvoorbeeld wanneer hulpverleners vrezen dat een patiënt zichzelf iets aan zal doen en deze patiënt niet bereid is tot opname.

Vanaf de dag van opname wordt van de patiënt verwacht dat hij of zij meedoet aan het dagprogramma. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de eventuele lichamelijke beperkingen van de patiënt.