... / ... / De training / Inhoud training

Inhoud training

Praktische informatie van de training en leerdoelen.

Opzet training
De klassieke face-to-face training bestaat uit 4 bijeenkomsten. Daarnaast is er een Blended training, die bestaat uit 2 face-to-face bijeenkomsten en online modules voor zelfstudie. De tijdsinvestering voor beide trainingen is 14 uur.

Elke bijeenkomst heeft een eigen thema en is erop gericht artsen vertrouwd te maken met het toepassen van cognitief gedragstherapeutische technieken in de consultvoering gericht op patiënten met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK).

De training bestaat uit het aanbieden van korte theoretische fragmenten in combinatie met veel ruimte voor het oefenen van vaardigheden met eigen casuïstiek. Het programma is zo opgebouwd, dat er steeds na elk dagdeel een aantal weken ruimte zit om de vaardigheden in de eigen praktijk toe te passen. Aanpassing van cursus is bespreekbaar.

Leerdoelen
De arts heeft na afloop van deze training:

  • Een brede kennis aangaande theorie, achtergronden, epidemiologie, etiologie, behandelmodellen en behandelmogelijkheden voor patiënten met SOLK en somatoforme stoornissen.
  • De vaardigheid cognitief gedragstherapeutische technieken in te zetten in consulten met patiënten met lichamelijk onverklaarde klachten voor wat betreft exploratie, uitleg, vervolgbeleid en terugrapportage.
  • Exploratie van lichamelijke, emotionele, cognitieve, gedragsmatige en sociale aspecten van de lichamelijk onverklaarde klachten van een patiënt via de SCEGS analyse.
  • Uitleg geven aan patiënten met lichamelijk onverklaarde klachten op basis van de bevindingen uit exploratie, anamnese en onderzoek over de oorsprong en het beloop van hun klachten.
  • Uitleg geven over de rol van vicieuze cirkels en neerwaartse spiralen bij het in stand houden van de lichamelijke klachten.
  • Uitleg geven aan patiënten met onverklaarde klachten wat ze van aanvullend specialistisch onderzoek kunnen verwachten.
  • Effectief geruststellen van patiënten met lichamelijk onverklaarde klachten.
  • Adequaat reageren op onzinnige verwijzingen.
  • Adequaat een terugrapportage naar de huisarts maken, waarin de verwijsvraag van de huisarts zowel als de hulpvraag van de patiënt met lichamelijk onverklaarde klachten beantwoord wordt met een duidelijke uitleg over bevindingen en advies.