Melanoom

Het Erasmus MC Kanker Instituut is een derdelijns verwijscentrum voor patiënten  met een melanoom. Melanoom betekent letterlijk: zwart gezwel. Melanoom is de ernstigste vorm van huidkanker en ontstaat in de pigmentvormende cellen (melanocyten) van de huid. Vaak ontwikkelt een melanoom zich uit een bestaande moedervlek, maar ook komt het regelmatig voor dat het ontstaat als een afwijkend plekje in normaal huidweefsel.

Als een melanoom niet tijdig behandeld wordt kan het doorgroeien naar diepere huidlagen en relatief snel uitzaaien via bloed en lymfestelsel naar andere delen van het lichaam en dan dodelijk verlopen. Daarom is vroege herkenning en behandeling zeer belangrijk. Jaarlijks wordt bij ongeveer 3000 mensen de diagnose melanoom vastgesteld en per jaar sterven ongeveer 400 mensen aan de gevolgen van een melanoom. Het Erasmus MC is één van de door de Minister van Volksgezondheid aangewezen melanoomcentra. In deze centra kan de behandeling van patiënten met een melanoom in de volledige omvang, inclusief de behandeling van het uitgezaaide melanoom, worden aangeboden.

Alle patiënten met een melanoom vanaf stadium IIIB  worden in het Erasmus MC in een multidisciplinair team besproken (tumor werkgroep Melanoom), waarin door verschillende specialisten (chirurgen, internist-oncologen, radiotherapeuten, pathologen en radiologen) een op de individuele patiënt afgestemd behandelplan wordt gemaakt.

Voor melanomen die niet uitgezaaid zijn, is operatie meestal de aangewezen behandeling. Als er verdenking bestaat op een melanoom zal de huidafwijking door een kleine chirurgische ingreep moeten worden verwijderd. Als uit onderzoek van het verwijderde weefsel blijkt dat het om een melanoom gaat, moet er een tweede ingreep plaats vinden waarbij het litteken waar het oorspronkelijke melanoom gezeten heeft, wordt weggesneden met een marge van gezond weefsel er omheen. Deze extra ingreep is nodig om tumorcellen die zich in de directe omgeving van de tumor hebben verspreid te verwijderen. De grootte van de marge gezond weefsel wordt bepaald door de dikte van het melanoom.

Ook kan het zijn dat de chirurg met de patiënt de mogelijkheid bespreekt om een schildwachtklier procedure uit te voeren. Dit is een techniek om na te gaan of een melanoom uitgezaaid is naar de lymfeklieren. Hierbij wordt een lymfeklier verwijderd voor onderzoek op de aanwezigheid van kankercellen. Voorafgaande aan de operatie wordt een blauwe radioactieve vloeistof ingespoten bij de plek waar het melanoom gezeten heeft en vervolgens ligt de patiënt een uur lang onder een scanner en is op een monitor te zien waar de ingespoten vloeistof naar toe gaat. De eerste lymfeklier die bereikt wordt noemt men de schildwachtklier.

Aan de hand van deze gegevens kan worden bepaald waar er geopereerd wordt. Als bij de operatie blijkt dat deze klier blauw gekleurd is, is aangetoond op deze klier het huidgebied van het melanoom draineert en dat deze klier inderdaad de schildwachtklier is. Deze klier wordt weggehaald en onderzocht. Als er geen kankercellen worden gevonden kan men ervan uitgaan dat er geen uitzaaiingen zijn en hoeft er geen verdere ingreep plaats te hebben. Worden kankercellen aangetroffen dan wijst dit op een beginnende uitzaaiing. Vervolgens zullen dan alle lymfeklieren in het hele lymfeklierstation waarin de aangedane lymfeklier zat, in het algemeen worden weggenomen (hals-, oksel-, of liesklieroperatie). Overigens is er geen 100% garantie dat er geen metastasen zijn als de schildwachtklier schoon is.

Het kan voorkomen dat bij een patiënt bij wie in het verleden een melanoom verwijderd is, een zwelling ontwikkelt in de hals, oksel of lies. Er kan dan sprake zijn van een uitzaaiing van het oorspronkelijke melanoom in een lymfeklier. Dit gebeurt soms vele jaren na de verwijdering van het melanoom. Om de diagnose zeker te stellen zal dan een punctie uit de aangedane klier worden genomen voor onderzoek. De punctie wordt meestal gedaan onder echo controle met geluidsgolven om zo nauwkeurig mogelijk te prikken. Als het verdere onderzoek inderdaad uitzaaiing aantoont zal een lymfeklieroperatie moeten gebeuren waarbij getracht wordt om al het aangedane lymfeklierweefsel weg te nemen.

Een klein deel van de patiënten die ooit een melanoom op een been of arm hebben gehad ontwikkelt een beeld van kleine uitzaaiingen in de huid en onder de huid verspreid over het hele lichaamsdeel (intransit uitzaaiingen). Door de uitgebreidheid van de afwijkingen is chirurgische verwijdering niet mogelijk. Bij deze patiënten wordt dan soms medicijnbehandeling via de slagaders (geïsoleerde ledemaat perfusie ) toegepast. Dit alles vereist specifieke chirurgische ervaring. In het Erasmus MC worden jaarlijks ongeveer 20 geïsoleerde ledemaat perfusies verricht .

Er zijn echter situaties waarin chirurgie niet meer zinvol is. Dit geldt voor haast elke patiënt met stadium IV melanoom . Een enkele keer kan een patiënt in stadium IV baat hebben bij een operatie (bijvoorbeeld ter vermindering van klachten of om 1 a 2 uitzaaiingen te verwijderen) maar in verreweg de meeste gevallen wordt een operatie niet nuttig geacht. Als chirurgie niet meer mogelijk is kan gekeken worden of patiënt baat kan hebben van een niet-chirurgische behandeling. Voorbeelden van niet chirurgische behandelingen zijn behandelingen met medicijnen (zogenaamde systeemtherapie), radiotherapie.

Als expertisecentrum is het  Erasmus MC Kankerinstituut nauw betrokken bij de verdere ontwikkeling van de meest optimale behandeling voor patiënten met melanoom en we streven er dan ook naar om patiënten zoveel mogelijk te behandelen in patiëntgebonden studies.