... / ... / Over MS / Behandeling

Behandeling

MS is niet te genezen. Wel zijn er diverse behandelingsmogelijkheden:

Acute verslechtering

Een groot deel van de patiënten met relapsing-remitting MS (RRMS) krijgt te maken met een schub of exacerbatie. Dit is een acuut optreden van nieuwe klachten of het opnieuw optreden van oude klachten die eerder waren verdwenen. De klachten moeten tenminste 24 uur aanhouden en niet optreden tijdens koorts of een infectie. Op het moment dat een exacerbatie optreedt is er sprake van een acute ontsteking op één of meerdere plaatsen in de hersenen of het ruggenmerg. In veel gevallen zullen deze klachten vanzelf weer verdwijnen. Wanneer de klachten echter enkele dagen aanhouden en er problemen ontstaan in het dagelijks functioneren, kan besloten worden tot een behandeling met methylprednisolon. Methylprednisolon heeft een sterke ontstekingsremmende werking en wordt per infuus gegeven gedurende drie dagen. Door te behandelen met methylprednisolon treedt meestal een snellere verbetering van de klachten op. Echter of de klachten volledig verdwijnen of dat er restverschijnselen overblijven wordt door behandeling met methylprednisolon niet beïnvloed.  

Beïnvloeding van het ziekteverloop

Er zijn verschillende geneesmiddelen die tot doel hebben de kans op een exacerbatie te verkleinen.

Afhankelijk van het middel moet dit in de spier (Avonex) of onder de huid worden toegediend (Rebif, Betaferon, Copaxone). Het nadeel van gebruik van IFN is het moeten leren injecteren, de met name in de eerste maanden optredende griepverschijnselen, de eventueel optredende spuitplekken en verhoogde kans op depressiviteit.

Bij secundair progressieve MS valt geen of nauwelijks effect van IFN te verwachten.

Natalizumab

Bij MS treden ontstekingen op in de hersenen en/of het ruggenmerg. Normaal gesproken zorgt de wand van de bloedvaten ervoor dat ontstekingscellen de hersenen niet in kunnen. In het geval van MS kunnen deze ontstekingscellen wel door de bloedvatwand heen. Voordat een ontstekingscel door het bloedvat heen kan moet deze eerst aan de wand van het bloedvat binden. Natalizumab zorgt ervoor dat de ontstekingscellen niet meer aan de bloedvatwand kunnen hechten en voorkomt dat de cellen de hersenen binnendringen. Hierdoor is de kans op ontstekingen kleiner. Natalizumab wordt één keer in de vier weken via een infuus toegediend.

Een zeldzame bijwerking die op kan treden tijdens het gebruik van Natalizumab is PML (progressieve multifocale leuko-encefalopathie). Dit is een ernstige infectie van de hersenen die vaak leidt tot ernstige invaliditeit of overlijden. Patienten die Natalizumab gebruiken worden daarom gedurende de behandeling nauwkeurig gevolgd. Natalizumab wordt overwogen als er ondanks behandeling met interferon aanhoudend exacerbaties optreden.

Mitoxantron

Indien sprake is van een agressief verlopende secundair progressieve MS met nog veel exacerbaties bestaat er soms een indicatie voor behandeling met het chemotherapeuticum Mitoxantron. Echter vanwege schadelijke effecten op het hart zal dit middel in het algemeen niet veel langer dan twee tot drie jaar gegeven kunnen worden. Mitoxantron wordt elke 1-3 maanden per infuus toegediend.

Aubagio (Teriflunomide) en Tecfidera (BG12)

Komt u hiervoor in aanmerking? Zie hieronder. Toch nog vragen? Check verder bij uw neuroloog.

Aubagio (Teriflunomide) is een middel tegen ontsteking.

Voor wie?
Mensen met relapsing remitting MS. Het is dus niet voor mensen met primair progressieve of secundair progressieve MS.

Wat doet het?
Het remt de deling van lymfocyten, dat zijn de cellen die de ontsteking veroorzaken bij MS.

Wat is het klinische effect?
Aangetoond is dat het de aanvallen remt. Vergelijkende studies met de al bestaande middelen zijn niet goed voorhanden. Net als bij de bestaande middelen is er een gunstig effect op “MRI afwijkingen” en op het ”langere termijn beloop” geconstateerd.

Let wel: de middelen Aubagio en Tecfidera zijn nooit met elkaar vergeleken! Dus men kan niet concluderen welke van deze twee een algemeen beter effect laat zien.

Hoe in te nemen?
Een pil van 14 mg, eenmaal per dag.

Controles:
Regelmatig zal uw bloed moeten worden gecontroleerd op vooral leverfuncties en zo nodig bloedcellen.

Meest voorkomende bijwerkingen:
Bovenste luchtweginfecties, urineweg infecties, diarree, misselijkheid, tintels en prikkelend gevoel, verlies van hoofdhaar, stijging van leverenzymen in het bloed.

Let wel, het betreft een nieuw middel; de ervaringen met bijwerkingen is onvergelijkbaar veel korter dan met de bestaande middelen tegen MS. Er is dus nog veel onbekend, ook over interacties met andere medicijnen. De kans op zeldzame opportunistische infecties bij gebruik van middelen die ons afweersysteem beïnvloeden blijft altijd aanwezig.

Extra waarschuwing:
Men mag absoluut niet zwanger worden met dit medicijn! Ook bij zwangerschapswens binnen een jaar dit uitdrukkelijk met uw neuroloog bespreken.

Twijfelt u na bovenstaande informatie nog of u in aanmerking komt voor dit medicijn?
Vraag het aan uw behandelend neuroloog.

Tecfidera (BG12) is een middel tegen ontsteking.

Voor wie?
Mensen met relapsing remitting MS. Het is dus niet voor mensen met primair progressieve of secundair progressieve MS.

Wat doet het?
Het remt waarschijnlijk de deling van een subgroep van lymfocyten, dat zijn de cellen die de ontsteking veroorzaken bij MS.

Wat is het klinische effect?
Aangetoond is dat het de aanvallen remt. Vergelijkende studies met de al bestaande middelen zijn niet goed voorhanden. Net als bij de bestaande middelen is er een gunstig effect op MRI afwijkingen en op het langere termijn beloop geconstateerd.

Let wel: de middelen Aubagio en Tecfidera zijn nooit met elkaar vergeleken! Dus men kan niet concluderen welke van deze twee een algemeen beter effect laat zien.

Hoe in te nemen?
Twee pillen van eerste week 120 mg, daarna 240 mg. In te nemen met het eten.

Controles:
Regelmatig zal uw bloed moeten worden gecontroleerd op vooral leverfuncties en bloedcellen.

Meest voorkomende bijwerkingen:
Blozen, diarree, misselijkheid, buikpijn (vooral gedurende de eerste maand), voorts: daling van witte bloedcellen en stijging van leverenzymen in het bloed.

Let wel, het betreft een nieuw middel; de ervaringen met bijwerkingen is onvergelijkbaar veel korter dan met de bestaande middelen tegen MS. Er is dus nog veel onbekend, ook over interacties met andere medicijnen. De kans op zeldzame opportunistische infecties bij gebruik van middelen die ons afweersysteem beïnvloeden blijft altijd aanwezig.

Extra waarschuwing:
Men mag niet zwanger worden met dit medicijn. Bij zwangerschapswens dit met uw neuroloog bespreken.

Twijfelt u na bovenstaande informatie nog of u in aanmerking komt voor dit medicijn?
Vraag het aan uw behandelend neuroloog.

______________________________________________________________________

Zeldzame bijwerking gebruik IFN beta: trombotische microangiopathie

Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA = European Medicines Agency) heeft een bericht gestuurd over een zeldzame maar ernstige complicatie bij gebruik van interferon-bèta. Dit leidt niet tot een advies met dit medicijn te stoppen.
Maar waakzaamheid is wel geboden. Wij hebben aan het protocol van bloedcontroles het checken van de nierfunctie toegevoegd. Ook adviseren wij regelmatig de bloeddruk te laten controleren. Als er klachten zijn die passen bij nierfalen (bv oedeem, verwardheid, afwijkend bloedonderzoek), moet ook urine onderzoek worden uitgevoerd. Bij twijfel kunt u overleggen met uw huisarts of neuroloog.

Welke behandeling

Welke keuze moet worden gemaakt? Wat kan er van de behandeling verwacht worden? Dat wordt allemaal persoonlijk besproken tussen de patient, MS verpleegkundige en neuroloog.

Symptomatische therapie

Klachten van vermoeidheid, spasmen en urine-incontinentie kunnen vaak medicamenteus behandeld worden. Bij het vasthouden van urine in de blaas kan zelf-catheterisatie geleerd worden. Veelal zal symptomatische behandeling in een multidisciplinair team plaatsvinden, waarin ook MS-verpleegkundigen, revalidatie-artsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, urologen, psychologen en maatschappelijk werkenden betrokken worden.