... / ... / ... / Informatie over kinderchirurgische aandoening... / Hyperhidrosis palmaris en axillaris

Hyperhidrosis palmaris en axillaris

Informatie voor ouders en kind over overmatig zweten van handen en oksels

Overmatig zweten van handen en of oksels (hyperhidrosis palmaris en of axillaris)
Iedereen zweet. Door te zweten kan ons lichaam de warmte regelen. Als uw kind meer zweet dan gebruikelijk en hij of zij vindt het hinderlijk spreken we van overmatig zweten ofwel hyperhidrosis. We zeggen ook wel dat 'de inwendige thermostaat  te warm staat afgesteld'. Als uw kind overmatig zweet aan de handen spreken we van hyperhidrosis palmaris. We spreken van hyperhidrosis axillaris als het de oksels betreft. Overmatig zweten van handen en/of oksels komt bij 1-3% vd mensen voor. Meestal betreft het jong volwassenen maar ook op kinderleeftijd wordt het gezien.


Oorzaken
De exacte reden van deze aandoening is nog onbekend. Wel is bekend dat zweten onder andere geregeld wordt door de sympathische zenuw. Deze zenuw is onderdeel van het autonome zenuwstelsel. Dit is het zenuwstelsel dat niet beïnvloedbaar is door de mens zelf. Hoogstwaarschijnlijk ontstaat overmatig zweten dus als gevolg van een toegenomen activiteit in bepaalde delen van de sympathische zenuw.


De operatie
Om de toegenomen activiteit van de sympathische zenuw weer te normaliseren kan deze zenuw door middel van een kijkoperatie in de borstkas onderbroken/uitgeschakeld worden. We noemen deze operatie een Endoscopische Thoracale Sympathectomie, kortweg een ETS.
De chirurg maakt aan elke kant van de borstkas, net onder de oksel, twee wondjes van ongeveer 5 millimeter. Via het eerste wondje wordt een camera in de borstkas gebracht. Via het tweede wondje worden de benodigde instrumenten voor de operatie ingebracht. Met de camera wordt de sympathische zenuw in beeld gebracht. Deze wordt op een specifieke plek uitgeschakeld met twee clips.
Om goed bij de zenuw te kunnen is het nodig om de long 'iets te laten samenvallen'. Dit doen we door kunstmatig tijdens de operatie een klaplong te creëren welke aan het eind van de operatie weer wordt opgeheven. Dit gebeurt uiteraard heel zorgvuldig. Uw zoon of dochter merkt daar verder niets van.

Na de operatie
Ongeveer vier uur na de operatie wordt er een röntgenfoto van de longen gemaakt. Dit is om te kijken of de klaplong welke tijdens de operatie gemaakt is inmiddels weer verdwenen is en of de clips op de juiste plaats zitten. Als deze foto goed is en uw zoon of dochter voelt zich goed mag hij/zij naar huis. Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek Chirurgie. Meestal is dat zes weken na de operatie.
De volgende dag kan uw kind ook gewoon onder de douche of in bad en zodra uw kind zich weer goed genoeg voelt mag hij/zij naar school of aan het werk. Na twee weken kunnen de hechtpleisters worden verwijderd indien deze er inmiddels nog niet van afgevallen zijn. De hechtingen lossen vanzelf op. De eerste vier tot zes weken na de operatie mag er niet gevlogen worden.


Resultaat
De kans op succes van de operatie is groot. Het effect is meestal direct merkbaar zodra uw kind wakker wordt op de uitslaapkamer. We weten uit onderzoek en eigen ervaring dat de succespercentages voor de ETS bij overmatige zweethanden rond de 95% liggen.
Voor overmatig okselzweten ligt dat iets lager (rond de 85-90%).

Een bijwerking van de operatie kan zijn dat uw zoon of dochter wat meer gaat zweten op andere plaatsen van het lichaam, bijvoorbeeld de dijen of rug. Dit noemt men compensatoir zweten en treedt ongeveer in 30-35% van de patiënten op.

Complicaties
Iedere operatie kent complicaties, zo ook de ETS. Gelukkig komen complicaties bij deze operatie maar zelden voor. Bekende complicaties als (na)bloeding en infectie kunnen optreden. Mocht er een bloeding optreden die niet met de kijkoperatie gestopt kan worden, kan het nodig zijn om de borstkas te moeten openen.
Andere complicaties die op kunnen treden zijn een klaplong waarvoor eventueel een drain ingebracht moet worden en het syndroom van Horner. Dit is aandoening waarbij een patiënt een kleine pupil en afhangend bovenste ooglid heeft als gevolg van een te hoge uitschakeling van de sympathische zenuw. Deze complicatie treedt zelden op.