Niet ingedaald balletje

Informatie voor ouders en kind over het niet ingedaalde balletje

Bij een niet ingedaalde testis (oftewel cryptorchidisme) is het balletje niet in het zakje of kan niet in het zakje gebracht worden op een leeftijd van een half jaar. Het balletje is afwezig of niet ingedaald. Het balletje kan afwezig zijn door niet aangelegd te zijn (agenesie) of door draaiing van de vaatsteel naar het balletje nog voor de geboorte van het jongetje waardoor het balletje afsterft.  Meestal is er sprake van een niet ingedaald balletje waarbij de positie van het balletje in de buikholte of in het lieskanaal of net buiten het lieskanaal maar niet in het zakje is (ectopisch).
Als het balletje bij geboorte in het zakje zat maar als de jonger ouder is in de lies terugkruipt heet dit ascensus testis. Retractiele testis kan in het zakje gebracht worden maar wordt door de liesspiertjes teruggetrokken in de lies.

Hoe vaak komt een niet ingedaald balletje voor?

Tussen de 2 en 5% van alle a term geboren jongens heeft een niet ingedaalde testis of cryptorchidisme. Bij te vroeg geboren jongens komt niet ingedaalde testis vaker voor namelijk in 30% van de babies omdat het indalen van de balletjes in het zakje ongeveer 8 weken voor geboorte pas voltooid is. Gedurende het eerste half jaar na geboorte daalt in de meerderheid van de jongetjes het balletje alsnog in. Na het eerste half jaar wordt de kans erg klein.

Wat is de oorzaak?

De oorzaak van de niet ingedaalde testis is nog niet helemaal bekend. Een hormonale dysbalans bij moeder of een abnormale reactie van de baby op de moeder hormonen kan meespelen. Soms ligt de oorzaak in de fibreuze streng die de testis door het lieskanaal leidt of aan de spiertjes hierin die niet goed werken.

Hoe wordt een niet ingedaalde testis ontdekt?

Als de baby een niet ingedaald balletje heeft, is die kant van het zakje kleiner en het zakje oogt ongelijk. Bij geboorte zal de verloskundige of de huisarts, of de consultatieburo arts voelen naar de balletjes in het zakje om vast te stellen dat ze goed zijn ingedaald of net boven het zakje zijn. Als er geen indaling is binnen 3 maanden zal de baby verwezen worden naar de kinderchirurg.

Waarom is het nodig dat het balletje in het zakje zit?

In de puberteit gaan de zaadballen mannelijk hormoon (testosteron) en zaadcellen aanmaken. Voor de productie van normale zaadcellen horen ballen in de balzak te zitten, waar de temperatuur wat lager is dan in de rest van het lichaam. Omdat een niet-ingedaalde bal na de leeftijd van 6 maanden niet meer vanzelf indaalt, wordt een operatie al op jonge leeftijd uitgevoerd, bij voorkeur in het eerste levensjaar. Het zou kunnen dat een aantal belangrijke ontwikkelingsstappen die rondom het eerste levensjaar plaatsvinden optimaal kan gebeuren als de bal in de balzak geplaatst wordt. Ondanks operatie op jonge leeftijd, kan een normale functie van de oorspronkelijk niet-ingedaalde bal niet worden gegarandeerd. Vooral wanneer beide ballen niet waren ingedaald, kan later sprake zijn van verminderde vruchtbaarheid. Een abnormale ontwikkeling van de testis zou kunnen leiden tot een licht hogere kans op testiskanker als de testis niet in het zakje zit (1 in 1000 tot 2500 ten opzichte van 1 op 100000 in de algemene bevolking) met name bij positie in de buik. Het is nog onduidelijk of het in het zakje brengen van de testis de kans verlaagd.

Wat is een retractiele bal en wat is ascensus?

Het komt voor dat een eerder ingedaalde bal enkele jaren later niet meer in de balzak zit, maar in de lies. Als het balletje bij onderzoek op de polikliniek gemakkelijk in de balzak kan worden teruggeschoven, noemen we dit een retractiele bal. Een retractiele bal hoeft niet behandeld te worden, maar moet wel gecontroleerd worden. Het komt ook voor dat een ingedaalde bal enkele jaren later niet meer in de balzak zit, en ook niet in de balzak kan worden teruggeschoven. Dit wordt ascensus (opstijgen) genoemd. Bij de helft van de jongens met ascensus daalt de bal later, in de puberteit, weer in. Helaas is niet te voorspellen of spontane indaling in de puberteit zal optreden.

Wat zal de kinderchirurg op de polikliniek onderzoeken?

De kinderchirurg zal op de polikliniek aan u vragen of de balletjes van uw zoon bij geboorte in het zakje zaten. Ook zal de kinderchirurg vragen naar het groeiboekje of de ballenkaart. Bij het lichamelijk onderzoek zal de kinderchirurg kijken of de balletjes in het zakje zitten of dat de balletjes voelbaar zijn in de lies. Bij twijfel wordt er echografisch onderzoek verricht van de lies om te kijken of zo het balletje gevonden kan worden in de buik, in de lies of in het zakje.

Waaruit bestaat de behandeling van de niet ingedaalde testis?

Gelukkig daalt bij ongeveer 60% van de kinderen het balletje alsnog in voor het eerste levensjaar. Als een of beide balletjes niet zijn ingedaald bij het eerste levensjaar dan zal er een behandeling worden ingesteld bij voorkeur voor het tweede levensjaar. Hormoontherapie voor de niet ingedaalde testis wordt niet meer gedaan door weinig effect. De kinderchirurg zal een operatie adviseren.

Wat gebeurt er bij de operatie?

Als het balletje goed voelbaar is in de lies zal de chirurg een orchidopexie verrichten. De operatie vindt onder algehele narcose plaats. Bij de operatie wordt het opgezocht via een sneetje in de lies. Het omgevende weefsel wordt losgemaakt van de zaadstreng, waarin zich de bloedvaten en de zaadleider van de bal bevinden. Er wordt een tweede wond gemaakt op de balzak waar de bal wordt vastgezet. In veel gevallen blijkt de verbinding naar de buikholte nog open te zijn; dit heet een liesbreuk. Ook dit wordt verholpen, door de opening te sluiten. De gehele operatie duurt ongeveer 45 minuten.
Soms is de zaadstreng te kort om de bal naar de balzak te brengen; dit komt vooral voor bij ballen die in de buikholte liggen. Om lengte te winnen worden de bloedvaten van de bal doorgeknipt, waarna de bal in de balzak wordt gebracht. Meestal gebeurt dit in dezelfde operatie, maar soms wordt de bal pas 6 maanden later op zijn plek gebracht, bij een tweede operatie. Wanneer de bloedvaten moeten worden doorgeknipt, is de kans dat de bal na de operatie verschrompelt duidelijk verhoogd. Gelukkig zijn er meestal voldoende reservebloedvaten, die pal naast de zaadleider lopen, om dit te voorkomen.

Wanneer de bal niet voelbaar is in de lies, of op echografie niet te zien is in de lies, wordt onder narcose eerst een kijkoperatie (laparoscopie) verricht. Voor de kijkoperatie wordt er een wondje onder de navel gemaakt om een buisje in te brengen waaraan een camera zit. Met koolzuurgas wordt de buikholte gevuld en kan er worden gezocht naar het balletje in de buik. Meestal zit het balletje vlakbij de lies en wordt na de kijkoperatie het balletje in de balzak geplaatst, soms via een sneetje in de lies. Het kan zijn dat de vaatjes naar het balletje te kort zijn, dan worden een deel van de vaatjes naar het balletje doorgenomen. Andere vaatjes zullen de bloedvoorziening overnemen en in een tweede (kijk)operatie later wordt alsnog het balletje naar het zakje gebracht (Fowler-Stephens procedure). In 10% van de gevallen kan het zijn dat er bij de kijkoperatie de zaadleider naar de lies loopt, en bij het openen van de lies blijkt dat de zaadstreng eindigt zonder balletje, en alleen een kleine hoeveelheid restweefsel (nubbin). Dit komt doordat het balletje eerder in het leven van de jongen te weinig bloed heeft gehad bijvoorbeeld door een draaiing. Het restweefsel heeft geen functie en wordt weggehaald.

De belangrijkste complicatie na een orchidopexie is het verschrompelen van het balletje. Dit komt voor in 8% van de balletjes die voor de operatie in de lies zaten en in 26% als het balletje in de buik zat. Andere complicaties kunnen zijn het teruggaan van het balletje in de lies (recidief), infectie en bloeding.

Wat kan ik na de operatie verwachten?


Er zal een afspraak worden gemaakt op de polikliniek van de kinderchirurgie ongeveer 4 tot 6 weken na de operatie.
Uw zoon kan de eerste paar dagen nog wat last hebben van de wond. U kunt hem hiervoor de pijnstillers geven die u uit het ziekenhuis (eventueel op recept) heeft meegekregen. Om de wond goed te laten genezen wordt geadviseerd om uw zoon de eerste 2 weken niet te laten sporten, fietsen of deelnemen aan schoolgymnastiek.
De genezing na de operatie verloopt vrijwel altijd zonder problemen. Indien er toch een probleem lijkt zoals veel pijn, bloedverlies uit de wond of koorts (boven de 38,5ºC), neemt u dan contact op met de dienstdoende arts van de Kinderchirurgie. U kunt deze bereiken via 010 - 7040704.