... / ... / ... / Welke aandoeningen zijn er? / Armafwijkingen

Armafwijkingen

Hier vindt u veel voorkomende afwijkingen aan de arm en hand bij kinderen. Afwijkingen aan de arm en hand kunnen aangeboren zijn. Ook kunnen afwijkingen ontstaan door de groei. Daarnaast kunnen ze veroorzaakt worden doordat uw kind bijvoorbeeld een ongeluk heeft gehad. 

RADIUSKOPLUXATIE OF ZONDAGSARMPJE
Het radiuskopje is het uiteinde van het spaakbeen en zit in  de elleboog.  Dit kopje valt in het kommetje van de bovenarm. Soms kan dit kopje uit de kom staan. Dit noemen we een radiuskopluxatie. Deze afwijking kan aangeboren zijn. Maar kan ook ontstaan doordat  u uw kind aan de arm optilt of doordat er flink aan de arm wordt getrokken.  Dit heet ook wel een zondagsarmpje en komt regelmatig voor bij kinderen tussen de 2 en 5 jaar oud. De kinderorthopaed kan door een speciale beweging het kopje weer terug zetten in de kom. Uw kind zal, wanneer het kopje weer terug in de kom zit, de arm weer snel normaal gebruiken.

Soms treedt er een luxatie op van het radiuskopje als het kind op de arm valt en de ellepijp (ulna) breekt of buigt. Deze breuk (fractuur) heet een Monteggia fractuur. Als uw kind een breuk heeft van de ellepijp zal de arts ook altijd een aparte röntgenfoto van de elleboog te maken om een luxatie van het radiuskopje aan te tonen of uit te sluiten.

RADIO-ULNAIRE SYNOSTOSE
Een radio-ulnaire synostose wil zeggen dat er een verbinding bestaat tussen de ellepijp en het spaakbeen in de onderarm. Normaal zijn deze beenderen los van elkaar, zodat we de onderarm naar binnen (pronatie)en naar buiten (supinatie) kunnen draaien. Bij deze verbinding kan dit niet meer.  Meestal is een behandeling niet nodig. De kinderorthopaed zal de arm goed in de gaten houden.

TRIGGER DUIM OF TRIGGER VINGER
Wanneer uw kind de handen meer gaat gebruiken kan het gaan opvallen dat uw kind de duim of één van de vingers niet helemaal kan strekken. Eén van de oorzaken kan dan zijn dat de buigpezen blijven hangen in de peeskoker in de handpalm. Het strekken kan dan soms nog wel, maar u ziet dat dit met een schokkende beweging gaat. De pees schiet dan abrupt door de vernauwde peeskoker. Dit fenomeen heet “triggering”.  Wanneer dit het geval is zal de kinderorthopaed beoordelen of een operatie noodzakelijk is of dat met oefenen het probleem opgelost kan worden. Bij een operatie wordt de peeskoker via een kleine snede in de handpalm, in de lengterichting opengemaakt. Op deze manier krijgt de buigpees weer de ruimte om te bewegen.