Behandelingen

 

Introductie op patienttypes

De behandeling op de afdeling orthodontie speelt vaak een belangrijke rol in het vaak multidisciplinaire behandelingstraject dat schisispatiënten of patiënten met craniofaciale afwijkingen moeten doorlopen. In veel gevallen is de orthodontist, samen met andere specialisten, al vanaf de eerste weken na de geboorte betrokken bij de patiënt. Niet alleen om zo snel mogelijk een diagnose te kunnen stellen of, in specifieke gevallen, te beginnen met het behandelen, maar vooral ook om de ouders voor te lichten over een specifieke afwijking, de mogelijkheden die het Erasmus MC - Sophiakinderziekenhuis biedt en hoe qua verzorging en voeding rekening te houden met schisis of een craniofaciale aandoening.

Juist omdat we als afdeling orthodontie in het Erasmus MC - Sophia Kinderziekenhuis vooral gespecialiseerd zijn in de behandeling van bijzondere patiënten met vaak complexere afwijkingen, is het moeilijk om een eenduidig beeld te schetsen van een 'typisch' behandelingstraject. Zelfs per type afwijking zijn de verschillen per patiënt zo groot dat het moeilijk is om aan te geven wanneer en op welke manier een orthodontische behandeling per kind ingezet wordt. Om toch wat meer inzicht te geven in het verloop van een orthodontische behandeling en de werkwijze van onze afdeling, vindt u hieronder per patiënttype of afwijking in grote lijnen een overzicht van de meest voorkomende stappen in een behandelplan en de inzet van apparatuur per patiënttype.


Orthodontie bij Schisispatíënten

Kinderen met een schisis bezoeken de afdeling orthodontie vaak al binnen twee weken na de geboorte. In zeer uitzonderlijke gevallen wordt er in dit stadium al een gehemelteplaatje geplaatst, maar het voornaamste doel van de eerste bezoeken tot het moment dat de kinderen op éénjarige leeftijd door het hele schisisteam worden beoordeeld is het constateren van het schisistype en het begeleiden en voorlichten van de ouders. De nurse practitioner op onze afdeling is in eerste instantie het aanspreekpunt voor begeleiding en advies op het gebied van verzorging, voeding en de mogelijke behandelingen die hun kind de komende jaren mogelijk kan of moet ondergaan. Tijdens deze eerste ontmoetingen met de patiënt worden de eerste foto's gemaakt en wordt telkens goed bekeken of het noodzakelijk is om in deze fase al door te verwijzen naar andere specialisten omdat voortijdig ingrijpen belangrijk is.

Vanaf het eerste tot en met het achttiende levensjaar staan de patiënten onder structurele behandeling van het volledige schisisteam dat naast de orthodontist bestaat uit een plastisch chirurg, een kaakchirurg , een KNO arts, een logopedist, de nurse practitioner, een klinisch geneticus en een maatschappelijk werker. Het spreekt voor zich dat niet iedere specialist vanaf de eerste ontmoeting zijn of haar specifieke behandeling zal uitvoeren. De kracht van het schisisteam is juist de naadloze manier waarop specialisten hun behandelingen op elkaar afstemmen door gezamenlijk een diagnose en een behandelplan op te stellen. Ondanks het feit dat kinderen met schisis als baby al onze afdeling aandoen, start meestal een actieve beugelbehandeling pas op zijn vroegst op negenjarige leeftijd.

Die eerste beugelbehandeling vindt vaak plaats wanneer de kaakchirurg en de orthodontist besluiten dat de kaak en het harde gehemelte gesloten kunnen worden. Met vaste apparatuur, die na de sluiting weer wordt verwijderd, wordt de vorm van de bovenkaak in de breedte en hoogte verbeterd voordat de kaakspleet gesloten kan worden. Maar een beugelbehandeling om de stand van de kaken, tanden en kiezen definitief te optimaliseren begint op zijn vroegst pas op twaalfjarige leeftijd. Dan wordt per patiënt de gebitsontwikkeling bekeken en wordt er aan de hand van de specifieke toestand van het gebit een beugelplan van aanpak gemaakt voor de komende jaren. Gedurende de beugelbehandeling wordt de patiënt, vaak rond het vijftiende levensjaar, weer door het schisisteam bekeken om te beoordelen of de beoogde resultaten met de beugelbehandeling behaald worden. In sommige gevallen kan het namelijk nodig zijn dat er een aanvullende chirurgische ingreep noodzakelijk is, vaak gebeurt dat dan wel pas rond het achttiende levensjaar. Doorgaans ziet het volledige schisisteam de patiënt voor het laatst op zeventienjarige leeftijd. Dan wordt voor de laatste keer gezamenlijk bepaald of en welke behandelingen vanaf dat moment nog noodzakelijk zijn.


Orthodontie bij Craniofaciale patiënten

De taak van de orthodontist bij craniofaciale afwijkingen kun je verdelen in het corrigeren van de tandstand en in behandelingen waarbij ook de stand van de kaken gecorrigeerd moet worden. Zeker bij craniofaciale afwijkingen is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk en gaat een orthodontische behandeling vaak samen met chirurgische ingrepen. Omdat er grote verschillen zijn tussen de patiënten is het moeilijk om aan te geven wat precies het beste moment is om te starten met een beugelbehandeling. Het corrigeren van de stand van de tanden en kiezen gebeurt normaal gesproken in de pubertijd. Met het corrigeren van de kaakstand wordt echter vaak op jongere leeftijd, rond het vijfde of zesde levensjaar, gestart zodat de kaken tijdens de groei 'gestuurd' kunnen worden. Het is wel belangrijk om te onthouden dat dit bij elke patiënt weer anders kan verlopen.

Zo kan het in sommige gevallen bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om op jonge leeftijd al tanden en kiezen te trekken om zo meer ruimte te creëren. Daarnaast gaat een orthodontische behandeling vaak vooraf aan een kaakoperatie de stand van de tanden en kiezen te corrigeren om de kaken na de operatie goed op elkaar passen, of volgt een beugelbehandeling juist na een operatie om ervoor te zorgen dat de kaken na de operatie naar de juiste stand of lengte genezen. Typerend voor de behandeling bij craniofaciale patiënten is dan ook dat er regelmatig röntgenfoto's van de schedel en afdrukken van het gebit gemaakt worden om de ontwikkeling en het effect van de behandeling goed te registreren. Op die manier kan de behandeling altijd op het juiste moment en zo specifiek mogelijk worden uitgevoerd.

Craniofaciale patiënten worden binnen het gezamenlijk multidisciplinaire Craniofaciale team regelmatig gezien en vervolgd. Ook binnen dit team is er een gespecialiseerde nurse practioner.

De term 'craniofaciale afwijking' is een verzamelnaam voor verschillende soorten complexe, vaak zeldzame, schedel- en aangezichtsafwijkingen. Het is daarom moeilijk om voor al die verschillende soorten afwijkingen op een duidelijke manier aan te geven hoe een orthodontische behandeling kan en moet verlopen. Om toch een beter beeld te kunnen geven van een behandeling op de afdeling Orthodontie van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis, staat hier per door ons veel behandelde craniofaciale afwijking wat specifiekere informatie over de toepassing van verschillende beugelbehandelingen.

Hemifaciale microsomie

Kinderen met hemifaciale microsomie hebben aan één zijde van het gezicht een scheve onderkaak en een afwijkend oor, wat ook de groei van de bovenkaak beïnvloedt. Bij deze afwijking is het dus vooral van belang om de groei van de kaakstand te sturen of te corrigeren. Hiervoor wordt uitneembare beugel ingezet, ook wel activator genoemd, die bestaat uit een boven- en een onderbeugel die aan elkaar verbonden zijn. De behandeling start vaak al op vier of vijfjarige leeftijd wanneer de kinderen volop in de groei zijn. In sommige gevallen volstaat alleen een behandeling met een activator niet om de kaakstand de corrigeren, en moeten de kaken operatief gecorrigeerd worden. In die gevallen wordt vaak ook een vaste beugel, ook wel een slotjesbeugel, ingezet om de stand van de tanden en kiezen te corrigeren, zodat de boven- en onderkaak na de operatie goed in elkaar 'grijpen'.


Treacher Collins

Het Treacher Collins syndroom is een zeer zeldzame gelaatsaandoening die niet alleen een vervorming van de kaken tot gevolg heeft, maar ook een afwijkende, voor de ziekte karakteristieke vorm van de jukbeenderen, neusvleugelkraakbeen, het gehemelte en de oorschelpen tot gevolg heeft. De behandeling van deze patiënten is dan ook bijzonder intensief en, logischerwijs, multidisciplinair. De orthodontische behandeling van patiënten met Treacher Collins is vaak gericht op de correctie van de voor deze afwijking specifieke onderontwikkelde onderkaak, de tanden die onregelmatig staan en een open beet. Hierdoor kunnen de voortanden van de beide kaken elkaar niet raken, waardoor de kinderen vaal moeite hebben met afbijten. De orthodontische behandeling is vaak, net als de afwijkingen, complex en is vaak een combinatie van beugelbehandelingen en chirurgische ingrepen.

Craniosynostose syndromen

Bij kinderen met craniosynostose syndromen kan de groei van de bovenkaak of het middengezicht gestoord zijn. Dit kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat de bovenkaak of het middengezicht te smal is of te ver naar achteren ligt. De gevolgen hiervan zijn verstrekkend, want vaak komen door de gestoorde groei bepaalde gebitselementen te laat of niet door omdat er te weinig ruimte is, of moeten er gebitselementen verwijderd worden om ruimte te creëren en zo verdere problemen of verergering van de vergroeiing te voorkomen. Wanneer de vergroeiingen ook oog- of ademhalingsproblemen veroorzaken wordt er vaak voor gekozen om al op jonge leeftijd chirurgisch in te grijpen, vaak in combinatie met technieken die de bovenkaak of botweefsel in het aangezicht over een langere periode verlengen of verbreden (distractie-osteogenese). In deze gevallen wordt er door de afdeling orthodontie een specifieke vaste beugel ontwikkeld en geplaatst om de kaken en het gebit voor te bereiden op de operatie of het resultaat van de operatie te borgen of te sturen. Bij kinderen met cranio-frontonasale dysplasie bijvoorbeeld, wordt voor een operatie waarbij de chirurg de oogkassen naar elkaar toe brengt en de boven kaak iets verbreedt, een vaste beugel geplaatst om de voortanden iets uit elkaar te brengen.

Hoe grondig en complex de behandeling op jonge leeftijd ook wordt uitgevoerd, patiënten met craniosynostosessyndromen worden na het doorbreken van het blijvende gebit altijd opnieuw beoordeeld worden om te kijken of de boven- en onderkaak zich na de behandeling op de juiste manier ontwikkeld hebben. Naar aanleiding van die beoordeling wordt vaak bepaald welke orthodontische behandeling en operatie(s) er vanaf dat moment noodzakelijk zijn.


Teleorbitisme

De afdeling orthodontie is vaak ook betrokken bij de behandeling van kinderen met te ver uit elkaar staande oogkassen, ook wel teleorbitisme genoemd. De primaire focus van de behandeling ligt uiteraard op het corrigeren of reconstrueren van de afwijkende stand van oogkassen, maar omdat teleorbitisme vaak gepaard gaat met andere aangezichtsafwijkingen en afwijkende groei en ontwikkeling van het gebit, komen deze kinderen vaak ook onder behandeling van de afdeling orthodontie. Vaak hebben deze kinderen een extra tand in de bovenkaak die moet worden weggehaald, voordat de gebitsontwikkeling hierdoor verstoord raakt.


Aangezichtsspleten

Aangezichtsspleten zijn zeldzaam en komen naar schatting bij één op de 150.000 geboorten voor. Vaak gaat het om een spleet in de bovenkaak en de behandeling start vaak met het opereren van de huid. Daarna wordt bepaald op welk moment de tanden aan weerszijden van de van de spleet weer netjes in een rij gezet kunnen worden. Het tijdstip van de operatie kan sterk wisselen, juist omdat de variatie tussen patiënten groot is. De manier waarop een orthodontische behandeling wordt toegepast is daarom ook per patiënt zo verschillend, dat het moeilijk is om een eenduidig beeld te schetsen van 'het' behandelingsplan bij deze afwijking.

 


Orthodontie bij Oligodontiepatiënten

Onze afdeling behandelt oligodontiepatiënten. Dit zijn kinderen waarbij meerdere blijvende tanden en/of kiezen niet zijn aangelegd. Naast een beugelbehandeling is ook plaatsing van implantaten of ander chirurgisch ingrijpen nodig. De planning van de behandeling vindt dan ook altijd plaats in team verband samen met de kaakchirurg/implantoloog en tandarts-prothetist.

Om de groei en ontwikkeling te vervolgen worden voor het meest ideale plan patiënten al vanaf jonge leeftijd (liefst vanaf 4 jaar ) vervolgd. De leeftijd waarop gestart wordt met de beugelbehandeling verschilt per patiënt; soms wordt er gekozen voor een vroege én een late behandeling, maar een mogelijkheid is in sommige gevallen ook dat de behandeling pas gestart wordt op zeventienjarige leeftijd. Dit hangt af van de functionele en esthetische problemen die iemand ondervindt.

Elk behandelplan wordt dan ook individueel gemaakt.


Orthodontie bij Osteotomiepatiënten

Op de afdeling worden patiënten van alle leeftijden behandeld die om een andere reden dan een aangeboren afwijking (zoals bijv. bij craniofaciaal of schisis) een kaakoperatie nodig hebben. Er kan sprake zijn van een forse onderbeet of overbeet waardoor er functionele problemen ontstaan. Een andere reden kan bijvoorbeeld OSAS (Obstructief Slaap Apneu Syndroom) zijn. Mensen die hieraan leiden hebben een onvoldoende kwaliteit van slapen doordat de kaken in rust tegen de luchtwegen duwen. Overige redenen voor kaakoperaties kunnen zijn; trauma, ziekte, scheefgroei, smalle kaken, forse esthetische problemen etc. Alle patiënten worden in teamverband gezamenlijk door de orthodontist en kaakchirurg gezien.

Patiënten die een kaakoperatie zullen ondergaan worden eerst voorbehandeld met een beugel om het meest optimale resultaat te bereiken. Dit duurt gemiddeld 1-1,5 jaar afhankelijk van de tandstand. Daarna kan de operatie plaatsvinden aan de boven- en/of de onderkaak. De beugel zal dan in de mond blijven. Na de operatie zal de orthodontist nog minimaal 1 jaar nodig hebben om het behandelresultaat zo stabiel mogelijk te krijgen. De patiënt dient volledig uitgegroeid te zijn voordat de operatie kan plaatsvinden om een zo zeker mogelijk resultaat te bereiken.


Overige patiënttypes

Het is een misverstand te denken dat de afdeling orthodontie in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis alleen kinderen met uitzonderlijke of complexe aangezichtsafwijkingen behandelt. Ook voor patiënten zonder eerder genoemde afwijkingen kan een bijzondere of complexere orthodontische behandeling noodzakelijk zijn. We denken dan aan patiënten die bestralingen of chemotherapie ( factoren die de groei beinvloeden) hebben/moeten ondergaan.

De afdeling orthodontie behandelt niet alleen kinderen die vanwege hun fysieke afwijkingen een bijzondere orthodontische aanpak nodig hebben. Ook kinderen met een verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan een specifiekere orthodontische behandeling dan de reguliere orthodontist kan bieden. Alhoewel sommige patiënten wel degelijk gebitsafwijkingen hebben die samenhangen met hun specifieke situatie, wordt onze afdeling vaker ingeschakeld omdat deze patiënten een meer geduldiger aanpak nodig hebben dan andere patiënten. Onze afdeling werkt bij het behandelen van deze patiëntengroep nauw samen met de tandarts van de afdeling Bijzondere Tandheelkunde of van het Centrum Bijzondere Tandheelkunde Rijnmond.