B-lymfocyten

De belangrijkste functie van B-lymfocyten in het afweersysteem is de productie van antistoffen (ook wel immuunglobulinen genoemd). B-lymfocyten komen voort uit primitieve cellen (stamcellen) uit het beenmerg. Deze cellen ontwikkelen zich tot rijpe B-lymfocyten, verlaten dan het beenmerg en nestelen zich in de milt, lymfeklieren en het maagdarmstelsel.
Als B-lymfocyten vervolgens gestimuleerd worden door antigenen, ontwikkelen ze zich tot zogenaamde plasmacellen, die op hun beurt in staat zijn om antistoffen te produceren.
Deze antistoffen zijn zeer specifiek, dat wil zeggen, elke antistof herkent heel specifiek een bepaald antigeen, dit valt te vergelijken met één sleutel die op één slot past. Omdat er heel veel verschillende bacterien, virussen, schimmels en parasieten bestaan, moeten de B-lymfocyten dus in staat zijn heel veel verschillende antistoffen te produceren. Deze antistoffen bevinden zich in de bloedbaan, verschillende weefsels en organen.
Wanneer een vreemd materiaal wordt herkend door een antistof, gaat deze antistof aan het antigeen vastzitten en wordt er een reactie gestart die uiteindelijk moet leiden tot vernietiging van het vreemde materiaal.
Er bestaan 4 belangrijke verschillende klassen antistoffen (immuunglobulinen), die verschillende functies en structuren hebben. Hieronder ziet u de 4 verschillende immuunglobuline-subklassen en een beschrijving van de verschillen:

  • Immuunglobuline G (IgG)
  • Immuunglobuline A (IgA)
  • Immuunglobuline M (IgM)
  • Immuunglobuline E (IgE)

Immuunglobuline G beslaat de grootste fractie van de verschillende immuunglobulines in het menselijk lichaam, circa 80%. IgG kunnen we onderverdelen in 4 verschillende zogenaamde subklassen, namelijk IgG1, IgG2, IgG3 en IgG4.
Deze subklassen hebben verschillende eigenschappen, bijvoorbeeld met betrekking tot activatie van verscheidene functies in de afweerreactie.
Het IgG wordt ook wel de geheugen-immuunglobuline genoemd, omdat het lang na een infectie nog verhoogd is in het bloed. IgG kan als enige van de immuunglobuline klassen de placenta van een zwangere vrouw passeren en beschermt in de eerste maanden van leven de pasgeborene tegen infecties.

Immuunglobuline A wordt met name geproduceerd in het maagdarmstelsel en de luchtwegen, waar het bescherming en afweer biedt tegen infecties.

Als iemand een infectie oploopt wordt als eerste immuunglobuline M door de B-lymfocyten aangemaakt en deze immuunbglobulines spelen dan ook een belangrijke rol in de eerste dagen van een infectie. Later wordt deze rol overgenomen door de later geproduceerde immuunglobuline G.

Immuunglobuline E speelt een voorname rol in allergische reacties. Bij mensen met allergien is het IgE vaak verhoogd. Er bestaan ook afweerziekten waarbij een verhoogd IgE een rol speelt.

De verschillende antistoffen beschermen het lichaam op meerdere manieren tegen infecties.
Zo kunnen antistoffen zich binden aan virussen, waardoor bedreigende virussen niet meer in staat zijn om weefsels of cellen binnen te dringen en zo niet meer kunnen leiden tot ziekte.
Als antistoffen zich binden aan bacteriën kunnen deze bacteriën gemakkelijker weggevangen worden uit ons systeem door gespecialiseerde “fagocyten”, cellen die in staat zijn om andere cellen of bacteriën “op te eten” en er zo zorg voor dragen dat bacteriën niet in staat zijn een ziekte te veroorzaken.

B-lymfocyten blijven lang aanwezig in ons lichaam en zorgen er daardoor voor dat we een blijvende afweer (of immuniteit) kunnen opbouwen tegen virussen en bacteriën waar we eerder in ons leven besmet mee zijn geraakt.
De opgebouwde antistoffen kunnen ons een leven lang beschermen tegen bepaalde ziekteverwekkers en zorgen er voor dat we meestentijds slechts een keer in ons leven ziek worden van specifieke virussen en bacteriën.