... / ... / ... / ... / Inleiding & Doelstellingen / Procedure bij klachten over de stageplek

Procedure bij klachten over de stageplek

Procedure bij klachten van coassistenten over de stageplek.

Deze procedure is bedoeld om klachten van coassistenten over de stageplek voor het coschap huisartsgeneeskunde in het algemeen en klachten over de huisartsdocent in het bijzonder op een voor alle partijen bevredigende wijze op te lossen.

 

Het coschap huisartsgeneeskunde kenmerkt zich door een hecht contact gedurende het coschap tussen de huisartsdocent en de coassistent. Alle huisartsen zijn intrinsiek gemotiveerd om coassistenten te ontvangen en te begeleiden. In het overgrote merendeel van de gevallen, wordt het coschap huisartsgeneeskunde als uitermate positief gewaardeerd door de coassistenten. Soms ontstaat er wel eens een conflict tussen huisartsdocent en de coassistent. Met deze procedure willen we bijdragen aan een correcte afhandeling van klachten van de coassistenten.

 

Meestal zijn conflicten met een goed gesprek op te lossen en hoeven ze niet altijd te leiden tot een herplaatsing van de coassistent. Bij de afhandeling van klachten van coassistenten over de stageplek van het coschap Huisartsgeneeskunde staan ons enkele algemene principes voor ogen. De coassistent is, in eerste instantie, zelf verantwoordelijk het conflict met de huisarts te bespreken en naar oplossingen te zoeken. De afdeling Huisartsgeneeskunde samen met de huisartsdocent spannen zich in een zo goed mogelijke leeromgeving voor de coassistent te verzorgen.

 

Om de coassistent te stimuleren al in een vroeg stadium te komen met problemen in de relatie met de huisartsdocent, zullen de stafmedewerkers die de terugkomdag begeleiden tijdens de eerste terugkomdag de coassistenten vragen naar problemen op de stageplek die de leersituatie compromitteren. De stafdocent die verantwoordelijk is voor de coassistentengroep waar de coassistent deel van uitmaakt, gaat in gesprek met de coassistent om het probleem te verhelderen en geeft uitleg over de te volgen procedure.

 

Indien het gesprek tussen de coassistent en de huisartsdocent niet leidt tot een bevredigende oplossing, dan neemt de coassistent contact op met dr S. Koning. Deze zorgen voor een bevredigende oplossing van de situatie in overleg met de coassistent. Dit kan er toe leiden dat de coassistent naar een andere huisartspraktijk wordt overgeplaatst.

 

Indien de coassistent er voor kiest om zijn stage desondanks bij de betreffende huisartsdocent af te maken, dan wordt er een notitie in het dossier van deze huisartsdocent gemaakt. Er wordt aan de coassistenten die klagen maar niet van huisartsdocent willen wisselen, verzocht om hun klacht, kort en bondig, schriftelijk aan dr. S. Koning kenbaar te maken De huisartsdocent wordt pas op de hoogte gebracht van deze notitie als drie coassistenten onafhankelijk van elkaar over de betreffende huisarts geklaagd hebben.

 

Zodra drie klachten zijn binnengekomen neemt dr. S. Koning contact op met betreffende huisarts en nodigt deze uit voor een gesprek. De huisarts krijgt, totdat dit gesprek heeft plaatsgevonden, geen coassistenten meer toegewezen. Als het gesprek tussen de huisartsdocent en een van de stafmedewerkers aanleiding blijft geven voor de veronderstelling dat de didactische situatie op de praktijk beneden de norm is, wordt de huisarts kenbaar gemaakt dat hij geen coassistenten meer krijgt toegewezen. Zodra er garanties zijn voor verbetering in de didactische setting zullen weer coassistenten worden toegewezen.

 

Dr S. Koning

Rotterdam, 07 december 2012