... / ... / ... / Medicamenteuze behandeling / Hersentumor: anaplastisch glioom

Hersentumor: anaplastisch glioom

AnaplastischeGliomen

Deze site wordt niet meer up-to-date gehouden.
Zie de nieuwe website op https://www.neuro-oncologie.nl

Een anaplastische glioom is een zogenaamd WHO graad III hersentumor. Van graad III hersentumoren weten we dat zij gevoeliger zijn voor chemotherapie dan graad IV hersentumoren (glioblastomen). Bij een bepaald subtype hersentumor (het anaplastische oligodendroglioom met verlies van stukken chromosoom 1 en 19, oftewel 1p/19q verlies) is die chemotherapiegevoeligheid zelfs groot. Daarom is chemotherapie standaard onderdeel in de behandeling van patiënten bij wie dit soort hersentumor voor het eerst wordt gevonden. De chemotherapie geven we dan aansluitend op de radiotherapie.

Bij andere graad III tumoren (met name anaplastische astrocytomen) is het voordeel van vroege chemotherapie niet duidelijk. Normaal gesproken geven we dus pas chemotherapie als de tumor na behandeling met radiotherapie weer gaat groeien. Wel zijn er studies waarin ook patiënten met deze tumoren in een vroeg stadium met chemotherapie worden behandeld (de CATNON studie). In deze studies wordt onderzocht of vroeg chemotherapie geven beter is.

De twee meest gebruikte behandelingsschema’s zijn temozolomide-chemotherapie en PCV-chemotherapie (een combinatie van procarbazine, lomustine of CCNU en vincristine). Temozolomide wordt in tabletvorm gegeven, meestal gedurende een jaar. De hersentumor patiënt slikt dan de eerste vijf dagen van elke maand tabletten. Het PCV-schema is wat complexer, omdat de patiënt daarin, naast tabletten, ook twee keer in de zes weken een medicijn (vincristine) krijgt toegediend via een infuus. In totaal gaat het om zes van deze PVC-kuren. Bijwerkingen van beide schema’s betreffen vooral onderdrukking van het bloedvormende beenmerg. Daarom voeren we frequent bloedcontroles uit. De complicaties zijn echter zelden ernstig, maar leiden wel regelmatig tot bijstelling van de behandeling.