... / ... / ... / Studenten (Msc) / De rol van bloedstolling bij het ontstaan van...

De rol van bloedstolling bij het ontstaan van hart- en vaatziekten (72911)

> >

Begeleiders: Dr. M.P.M. de Maat (tel. 010-7033442) en dr. F.W.G. Leebeek


Achtergrond:  

Het onderzoek binnen onze afdeling bestudeert de rol van de vorming en afbraak van fibrine bij ade ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Een van de researchlijnen bestudeert welke genetische en eiwitvariaties in het hemostase systeem leiden tot een verhoogd risico op myocard- en herseninfarct. Daarnaast wordt ook bestudeerd in hoeverre deze variaties de respons van een patiënt op behandeling beïnvloeden.
Vraagstellingen:
• Zijn polymorfismen in hemostase genen geassocieerd met het optreden van hart- en vaatziekten?
• Wordt deze associatie beïnvloed door andere factoren, zoals leeftijd, geslacht, bloedgroep, acute fase respons, roken, medicatie, hypertensie of diabetes?
• Wat is de relatie tussen de polymorfismen met de functie van de hemostasefactor in patiënten en gezonde controlepersonen?


Onderzoeksopzet: 

Begonnen wordt met het uitgebreid in kaart brengen van de genetische variatie in het hemostase-gen van interesse. Vervolgens wordt bepaald welke polymorfismen interessant zijn om te bestuderen in relatie met hart- en vaatziekten, op basis van locatie en mogelijke functie. Vervolgens wordt de relatie tussen het polymorfisme en het optreden van hart- en vaatziekten beantwoord door gebruik te maken van plasma en DNA dat is verkregen uit lopende studies. Een voorbeeld is de ATTAC studie, die patiënten includeert met herseninfarct, myocard infarct of perifeer stenoserend vaatlijden op jonge leeftijd (man <45 jaar, vrouw <55 jaar). Tijdens de onderzoeksstage wordt de student betrokken bij de inclusie van de patiënten in de studie. 
De gegevens van deze patiënten worden in een database opgeslagen. Indien een relatie bestaat tussen een polymorfisme en de ziekte zal verder worden gezocht naar het onderliggende mechanisme. Voor een polymorfisme in het promoter gebied zijn dat bijvoorbeeld expressie-studies. Voor een polymorfisme dat een aminozuurverandering in een eiwit geeft, liggen eiwitzuivering en eiwitfunctie experimenten meer voor de hand. De keuze van de technieken hangt af van het polymorfisme.Verschillende deelprojecten zijn mogelijk op het gebied van fibrine structuur (fibrinogeen), bloedplaatjes en de von Willebrand factor. De student doet kennis op van klinische aspecten van cardiovasculaire ziekten, laboratoriumonderzoek en de statistische bewerking van onderzoeksgegevens. De intentie is dat het keuzeonderzoek zal leiden tot een publicatie in een (internationaal) wetenschappelijk vakblad.

Technieken: 

Standaard moleculair biologische technieken, zoals DNA/RNA isolatie, PCR en standaard eiwitchemische technieken, zoals eiwitzuivering, ELISA, electroferese, confocale microscopie