... / ... / ... / Studenten (Msc) / 2e jaars Keuzeonderwijs

2e jaars Keuzeonderwijs

Keuzeonderwijs Hematologie (2e jaars)

Keuzeonderwijs biedt je de mogelijkheid om aan je studie een persoonlijk profiel te geven en om je eventueel voor te bereiden op het 4ejaars keuze-onderzoek. Het onderwijs is kleinschalig en er is veel interactie met docenten en begeleiders. Keuzeonderwijs wordt beoordeeld aan de hand van een schriftelijk tentamen en een scriptie of verslag.

De afdeling Hematologie coördineert 2 thema’s keuzeonderwijs, geïntegreerde modules waarin verschillende afdelingen de onderwerpen leukemie, maligne lymfomen en bloedstolling belichten. Zowel diagnostische en klinische aspecten komen aan bod, en bij beide thema’s heb je gelegenheid mee te kijken op de polikliniek.

Thema 4: Leukemie en Lymfoom: Diagnostiek en Therapie
Bloed- en lymfeklierkanker, ofwel leukemieën en lymfomen, zijn kwaadaardige tumoren van cellen die geblokkeerd zijn in verschillende differentiatiestadia van bloedcelvorming. De klinische presentatie en het beloop van deze maligniteiten worden merendeels bepaald door de oncogene afwijking, het type differentiatielijn en het ontwikkelingsstadium van de kwaadaardige leukocyten.
Bij het thema ‘Leukemie en Lymfoom’ maak je kennis met diverse klinische aspecten van diagnostiek en behandeling van hematologische maligniteiten.
Allereerst zal de pathogenese en immunobiologie van hematologische maligniteiten worden besproken, gevolgd door de klinische presentatie, verschillende vormen van diagnostiek en behandeling van leukemieën en lymfomen. De klinische presentatie, het beloop van de ziekte en de behandeling zal voor zowel kinderen als volwassenen worden behandeld.
Tijdens patiëntdemonstraties leer je hoe een anamnese wordt afgenomen en welke afwijkingen bij lichamelijk onderzoek kunnen worden vastgesteld. Je brengt een bezoek aan diverse klinische afdelingen van het Erasmus MC (Daniel den Hoed, Sophia, centrumlocatie), waaronder de afdelingen radiotherapie en transplantatie. Daarnaast lopen studenten een dagdeel mee op de poliklinieken hematologie en kinderoncologie. Verschillende behandelingsvormen, zoals chemotherapie, radiotherapie en beenmerg-/stamceltransplantatie komen aan bod, maar ook nieuwe behandelingsmethoden, zoals immunotherapie, moleculaire therapie en het gebruik van tumorspecifieke geneesmiddelen zullen worden besproken. Hierbij besteden we ook aandacht aan het evalueren van therapie-effectiviteit d.m.v. gevoelige technieken voor het meten van kleine aantallen tumorcellen.
Tenslotte zul je je tijdens dit keuzeonderwijs verdiepen in een onderwerp dat verband houdt met hematologische maligniteiten en verzamel je wetenschappelijke kennis hierover. In groepjes van twee of drie  schrijf je  onder begeleiding van een deskundige een reviewartikel en geef je een presentatie over het gekozen onderwerp.

Coördinatoren:
Mevr. Dr. M. Jongen-Lavrencic, afdeling Hematologie
Dr. V.H.J. van der Velden, afdeling Immunologie
Mevr. Dr. E.M.C. Michiels, afdeling Kinderoncologie

Mevr. R. Lammers-Veling, adviseur Onderwijs, Thema Daniel den Hoed
Mevr. M.M. de Jong-de Visser, logistieke organisatie, onderwijs.hematologie@erasmusmc.nl

Thema 13: Bloedstolling
Zodra een bloedvat beschadigd wordt, treedt het proces van bloedstolling in werking. Zowel bloedplaatjes, stollingsfactoren, als de vaatwand spelen hierbij een belangrijke rol. De bloeding wordt gestelpt en het proces van wondgenezing begint. Afwijkingen in de bloedstolling kunnen leiden tot diverse ziektebeelden. Te weinig stolling leidt tot een bloedingneiging, zoals bij patiënten met hemofilie of de ziekte van Von Willebrand. Te veel bloedstolling kan leiden tot veneuze of arteriële trombose. Voorbeelden van veneuze trombose zijn diepe veneuze trombose van het been of longembolie en van arteriële trombose acuut myocard infarct of herseninfarct. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de bloedstolling ook een rol speelt in het ontstaan van diverse andere ziektebeelden. Recent onderzoek heeft aangetoond dat er een belangrijke interactie is tussen ontsteking en bloedstolling. Patiënten met chronische ontsteking hebben een hogere kans op het ontstaan van arteriële trombose. Bij kinderen die een bacteriële meningitis doormaken, blijkt de afloop van de ziekte, zoals sterfte, sterk gerelateerd te zijn aan bepaalde stollingsafwijkingen in het bloed. Bovenstaande voorbeelden geven aan dat bloedstolling meer betekent dan alleen het stoppen van een bloeding bij een verwonding. In het voorgestelde onderwijsprogramma wordt de rol van bloedstolling in het menselijk lichaam uitgebreid behandeld. In het programma, waaraan diverse afdelingen van het Erasmus MC meewerken, komen zowel klinische, laboratorium technische als onderzoeksaspecten aan de orde.
Voorbeelden van enkele onderwerpen die tijdens het keuzeonderwijs zullen worden belicht zijn: Hemofilie en andere stollingsstoornissen, bloedtransfusie en bloedproducten, bloedstolling en zwangerschap, veneuze trombose: oorzaken, diagnostiek en behandeling, arteriële trombose en antistollingsmedicatie. Ook komen de sociale en maatschappelijke gevolgen voor personen met een stollingstoornis aan bod. Er zijn verschillende patiëntendemonstraties en is er mogelijkheid mee te lopen met zowel volwassen- als kinderspreekuren. Ook is er een practicum onderdeel, waarbij stollingsonderzoek zal worden geleerd en verricht en bloedgroepen worden bepaald. Er zijn excursies gepland naar de Stichting Trombosedienst en Artsenlaboratorium te Rotterdam (STAR) en aan Sanquin te Amsterdam, waar onder andere stollingsfactoren worden geproduceerd.

Coördinator:
Prof. Dr. F.W.G. Leebeek, afdeling Hematologie

Mevr. R. Lammers-Veling, adviseur Onderwijs, Thema Daniel den Hoed
Mevr. M.M. de Jong-de Visser, logistieke organisatie, onderwijs.hematologie@erasmusmc.nl