... / ... / ... / ... / Middenrifbreuk / Laparoscopische operatie van een middenrifbre...

Laparoscopische operatie van een middenrifbreuk of refluxziekte

Wat is gastro-oesofageale reflux ziekte ofwel reflux?
De slokdarm (=oesofagus) transporteert voedsel van de mond naar de maag. Onderin de slokdarm zit een kringspier die werkt als een soort klep tussen slokdarm en maag. Gastro-oesofageale reflux ziekte is een chronische aandoening die optreedt wanneer deze onderste kringspier niet goed sluit en de maaginhoud terug kan stromen in de slokdarm. Als het maagzuur contact maakt met de bekleding van de slokdarm zorgt dat voor een brandend gevoel achter het borstbeen of in de keel; het zogenaamde zuurbranden. Maagzuur kan soms worden “geproefd” in de mond. Sporadisch zuurbranden (minder dan één maal per week) komt vaak voor maar betekent niet automatisch dat men lijdt aan de refluxziekte. Zuurbanden dat vaker dan twee maal per week optreedt, kan beschouwd worden als frequent en kan eventueel lijden tot gezondheidsproblemen. Iedereen, inclusief baby’s, kinderen en zwangeren kan last hebben van refluxziekte.

Wat is een middenrifbreuk?
Een middenrifbreuk treedt op wanneer het bovenste deel van de maag zich naar de borstholte verplaatst via een te groot gat in het middenrif. Het middenrif is een spier die de borst en buikholte van elkaar scheidt.

Er zijn grofweg twee typen middenrifbreuken te onderscheiden:

Type I: Deze komt vaak voor en hoeft niet altijd klachten te veroorzaken. Deze middenrifbreuk treedt op wanneer de overgang van slokdarm naar maag en het bovenste deel van de maag zich verplaatsen naar de borstholte via de opening in het middenrif waar normaal alleen de slokdarm doorheen loopt. Het bovenste deel van de maag kan zich naar boven naar de borstholte verplaatsen en zich ook weer naar beneden naar de buik begeven.

Type II: Ook bij deze beide breuken bevindt een deel van de maag zich in de borstholte maar dit deel blijft in de borstholte en kan niet meer spontaan afzakken naar de buikholte.

Wat zijn de symptomen en/of klachten?
De belangrijkste klachten zijn zuurbranden en het opgeven van zuur en voedsel, meestal na het eten. Sommige mensen hebben reflux zonder klachten van zuurbranden. Zij ervaren meestal pijn op de borst, heesheid of problemen met slikken. Het kan zijn dat men het gevoel heeft dat het eten in de keel blijft steken of het gevoel van een gespannen keel. Reflux kan ook een droge hoest veroorzaken of een vieze adem. Andere symptomen zijn boeren of pijn bij het slikken. Soms is een middenrifbreuk de oorzaak van bloedarmoede. De meeste klachten passend bij reflux ziekte komen vaak voor. Dit betekent echter niet dat we altijd met deze ziekte te maken hebben. Het raadplegen van een arts is aan te raden. Hij kan vaststellen wat er aan de hand is en een juiste behandeling voorstellen.

Waardoor kan deze refluxziekte veroorzaakt worden?
Een breuk van het middenrif. Het middenrif is een spier die de borstholte scheidt van de buikholte. Bij een middenrifbreuk bevindt het bovenste deel van de maag zich in de borstholte. Gebruik van alcohol, overgewicht, zwangerschap, roken, sommige voedingswaren en sommige dranken kunnen reflux oproepen.

Hoe wordt de ziekte reflux of een middenrifbreuk vastgesteld?
De diagnose refluxziekte wordt bepaald aan de hand van de volgende bevindingen:

  • het klachtenpatroon van de patiënt wijst in deze richting; 
  • de klachten veranderen als zuurremmende medicijnen worden toegediend; 
  • als via een contrastfoto van de slokdarm een middenrifbreuk wordt opgespoord; 
  • als via endoscopie (kijken in de slokdarm met een telescoop) oneffenheden worden ontdekt; 
  • als de resultaten van een zuurmeting en/of drukmeting van de slokdarm op afwijkingen duiden.


Hoe wordt de refluxziekte/middenrifbreuk behandeld?
Allereerst wordt geprobeerd om de levensstijl van de patiënt te wijzigen. (voeding, alcohol, houding). Algemene richtlijnen voor de behandeling van zuurbranden en een ontsteking van de slokdarm door zuur zijn:

  • Vermijdt (of gebruik met mate) voedsel of bestanddelen die terugvloed van zuur in de slokdarm kunnen versterken, zoals: 
    - nicotine (sigaretten)
    - cafeïne
    - chocolade
    - vet voedsel
    - pepermunt
    - alcohol
  • Eet vaker kleinere porties en probeer niet te eten binnen 2 tot 3 uur voor het naar bed gaan. 
  • Vermijdt bukken, vooroverhangen, buikspieroefeningen, strakke riemen en gordels die de buikdruk doen toenemen en reflux veroorzaken. 
  • Indien u lijdt aan overgewicht, probeer af te vallen. 
  • Verhoog het hoofdeinde van het bed 20 tot 30 cm. De zwaartekracht zal helpen de maaginhoud niet te veel te doen terugstromen in de slokdarm.


Ook worden medicijnen, zoals maagbeschermers en zuurremmende middelen voorgeschreven. Helpt bovenstaande niet of wil men niet levenslang medicijnen slikken, dan komt men in aanmerking voor een operatie.

Operatie voor reflux
Een operatie wordt uitgevoerd onder complete narcose. Bij deze operatie wordt het bovenste deel van de maag om het onderste deel van de slokdarm gedrapeerd om de kracht van de kringspier te laten toenemen. Een eventueel aanwezige middenrifbreuk wordt hierbij hersteld. De operatie wordt verricht via een aantal kleine sneetjes in de buik, een zogenaamde kijkoperatie. Een voordeel van deze methode is een kort ziekenhuisverblijf (ongeveer 2 tot 4 dagen), minder pijn, kleine littekens en een snel herstel. In zeldzame gevallen bijvoorbeeld wanneer patiënten eerder zijn geopereerd in de buik, is een kijkoperatie niet mogelijk maar wordt dezelfde procedure uitgevoerd via een grotere snee in de bovenbuik.

De kijkoperatie is een veilige en effectieve behandeling van refluxziekte. Na de operatie zijn de klachten van zuurbranden, pijn achter het borstbeen en het opgeven van voedsel verdwenen of sterk gereduceerd bij ongeveer 80-90% van de patiënten. De meeste patiënten kunnen stoppen met zuurremmende medicijnen. Vlak na de operatie kan vast voedsel soms moeilijk zakken ten gevolge van de aangebrachte kraag om de slokdarm en de zwelling van het operatiegebied. In de eerste weken na de operatie wordt daarom geadviseerd om vloeibaar en gemalen voedsel te eten.

  • Eet langzaam en wees voorzichtig met wat u eet.
  • Eet voedsel dat makkelijk te door te slikken en te verteren is. Denk daarbij aan gelatine, pudding, yoghurt, bananen en soep.
  • Eet regelmatig, kleine maaltijden.
  • Drink geen koolzuurhoudende drankjes.
  • Kauw uw voedsel goed en schrok niet. Dit helpt gasvorming voorkomen en maakt slikken eenvoudiger.


Andere complicaties die kunnen optreden bij deze operatie zijn o.a. infecties (urinewegen, wond, long), trombosebeen, bloedingen, letsel van de milt, letsel van de zwervende buikzenuw (diarree, dumping) of een perforatie/gaatje in de maag of slokdarm. De meeste complicaties die kunnen optreden worden conservatief behandeld. Bij ongeveer 5-10% van de patiënten kunnen de refluxklachten terugkomen of is er sprake van ernstige slikklachten bij het eten. Een nieuwe operatie is dan soms noodzakelijk.

Voorbereiden thuis
Medicijnen
Het kan zijn dat u het gebruik van bepaalde medicijnen moet stoppen. Vraag uw arts of u met het gebruik van medicijnen moet doorgaan voor de operatie. Vraag ook naar het gebruik van aspirine.
Eten en drinken
De avond voor de operatie mag u na 24.00 uur niets meer eten of drinken, zelfs geen water. Dit vermindert het risico van overgeven tijdens de operatie.

Risico’s en complicaties
De volgende risico’s en complicaties kunnen zich voordoen:

  • Verwondingen van de lever, de milt, de slokdarm of de maag tijdens de operatie
  • Bloeding
  • Infecties
  • Toenemende winderigheid of een opgeblazen buik
  • Niet kunnen overgeven
  • Problemen met slikken
  • De operatie kan mislukken waardoor het wegnemen van de refluxziekte niet lukt


Na de operatie
Direct na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht, waar uw bloeddruk, uw hartslag en uw ademhaling worden bewaakt. Als u wakker bent, wordt u teruggebracht naar uw kamer. U kunt extra zuurstof krijgen om beter te kunnen ademen. Ook kunt u de eerste uren na de operatie een infuus in uw arm krijgen om uw lichaam te voorzien van vloeistoffen en voedingstoffen. Over de incisies zijn kleine verbandjes geplakt en u krijgt medicijnen om de pijn te verlichten. Wat later op de dag of de volgende ochtend zult u waarschijnlijk al uit bed kunnen om een stukje te gaan lopen. Uw arts zal bepalen wanneer u kunt beginnen met het eten van zacht voedsel en drinken, veelal de dag na de operatie. Meestal kunt u 1 tot 3 dagen na de laparoscopische ingreep weer naar huis en kunt u na 1 tot 2 weken weer aan het werk.

Weer thuis
Als u weer thuis bent, zult u het nog rustig aan moeten doen. Til geen zware voorwerpen op en doe geen oefeningen waarbij u kracht moet zetten. Vol de adviezen van uw arts op wat betreft douchen, autorijden en weer aan het werk gaan.

Herstel na de operatie
Door de operatie zal u de eerste dagen tot weken ervaren dat het voedsel langzaam zakt door de slokdarm. Dit geeft soms een onaangename sensatie achter het borstbeen. Als vast voedsel enkele maanden na de operatie nog niet goed zakt, zal er moeten worden gekeken of er een vernauwing in de slokdarm zit. Gedurende de eerste 3-4 weken wordt u geadviseerd om met name dik vloeibaar/gemalen voedsel te nemen en geen koolzuurhoudende dranken te nuttigen. Dit voorkomt gasvorming. Rustig slikken bevordert het genezingsproces. Na de eerste weken gaat u weer vast voedsel gebruiken. Kauw uw voedsel zorgvuldig en eet langzaam. Veel patiënten bereiken sneller een gevoel van verzadiging ten opzichte van voor de operatie. Dit zal na verloop van tijd veranderen.

Controle-afspraak
Binnen de eerste week tot een maand na de operatie zal uw arts de bevordering van uw herstel met u doorspreken en eventuele vragen beantwoorden. Als u nog hechtingen heeft, worden deze verwijderd. Tijdens dit gesprek kunt u vragen hoe u uw gezonde dieet kunt voortzetten zodra u weer helemaal hersteld bent. Eventuele vervolgafspraken kunnen worden gemaakt.

Wanneer moet u uw arts bellen
Bel uw dokter bij:
- Aanhoudende koorts (hoger dan 38°C) of koude rillingen.
- Bloedingen.
- Toenemende zwellingen in de buik of pijn.
- Aanhoudende misselijkheid of overgeven.
- Moeilijkheden met slikken, die niet binnen een aantal weken verdwijnen.

Tot slot
Deze folder geeft geen volledige informatie, maar dient ter ondersteuning van de informatie gegeven door uw arts. Als u iets niet duidelijk is, vraag dit gerust aan uw arts of aan de verpleegkundige. De afdeling is te bereiken onder telefoonnummer (010) 703 38 54.