... / ... / ... / Systemische therapie / Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie is een behandeling met een geneesmiddel dat de groei en deling van kankercellen blokkeert door zich te koppelen aan specifieke moleculen (receptoren op of in de tumorcel) die nodig zijn voor de groei en overleving van de tumorcellen. Tamoxifen (antioestrogeen, zie anti-hormonale therapie) en Herceptin® (Trastuzumab) zijn voorbeelden van doelgerichte therapie die bij de behandeling van borstkanker gebruikt worden. Herceptin® blokkeert de zogenaamde HER2-neu receptoren zodat er geen groeisignalen via HER2 meer kunnen worden doorgegeven aan de tumorcellen, die stoppen met groeien en afsterven.

Hoe werkt het & waarom?
U komt voor behandeling met Herceptin® (Trastuzumab) in aanmerking wanneer uit het microscopisch onderzoek van het tumorweefsel door de patholoog blijkt dat er sprake is van overexpressie van de HER2-neu receptor op de kankercel en er op basis van de andere ziektekenmerken al een indicatie is voor aanvullende therapie met medicijnen. Het medicijn Herceptin® wordt aanvankelijk meestal gegeven in combinatie met chemotherapie en versterkt de werking hiervan. Het medicijn kan ook gegeven worden in combinatie met anti-hormonale therapie en/of radiotherapie.


Behandeling
Herceptin® wordt toegediend via een infuus of via een onderhuidse injectie. De toediening via het infuus kan wekelijks of éénmaal per drie weken zijn, de onderhuidse injectie wordt om de drie weken gegeven. In combinatie met chemotherapie, wordt het medicijn meestal per infuus toegediend (dan bent u al op het behandelcentrum). Als de chemotherapie beëindigd is wordt vaak overgegaan op de onderhuidse injectie, aanvankelijk via het ziekenhuis, en als duidelijk is dat u deze injectie zonder problemen verdraagt via een thuisservice. Meer informatie vindt u in de patiëntenfolder Medicamenteuze behandeling en bloedafnames thuis.

De behandelduur met Herceptin bedraagt bij adjuvante (aanvullende) behandeling in principe een periode van één jaar.

Bijwerkingen
Over het algemeen wordt Herceptin® goed verdragen en zijn de bijwerkingen gering of mild. De meest frequente bijwerkingen zijn rillerigheid en koorts, voornamelijk rondom de eerste toediening(en). Andere mogelijke, maar zeldzame bijwerkingen zijn: misselijkheid, hoofdpijn, duizeligheid, lage bloeddruk, huiduitslag en moeheid.
Voorafgaand aan de start en tijdens de behandeling met Herceptin® wordt de pompfunctie van uw hartspier gemeten (ejectiefractiebepaling). Indien de pompfunctie van uw hart last blijkt te ondervinden van de behandeling kan uw arts in overleg met u besluiten om de behandeling met Herceptin®  tijdelijk of blijvend stop te zetten. Meer informatie over de nabehandeling met het medicijn Herceptin® kunt u krijgen bij uw behandelend internist-oncoloog, de verpleegkundig specialist of de oncologie verpleegkundige.

Meer informatie: