... / ... / ... / Chirurgie / Operatie lymfeklieren in de oksel

Operatie lymfeklieren in de oksel

Borstkanker verspreidt zich meestal het eerst naar de lymfeklieren in de oksel. Als er bij de onderzoeken die verricht zijn op de polikliniek (echo van de oksel) geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de oksel, kan het toch zo zijn dat er al sprake is van een microscopische uitzaaiing in een okselklier. Dit is de reden waarom bij het weghalen van de tumor in de borst meestal ook één tot drie lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd, de zogenaamde ‘schildwachtklierprocedure’. Ook kan er een indicatie zijn voor de complete verwijdering van alle lymfeklieren (‘okselkliertoilet of okselklierdissectie’ genoemd).

De lymfeklieren worden door de patholoog onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen. Hierdoor kan worden vastgesteld óf en zo ja welke vervolgbehandeling er nodig is. Het verwijderen van één of meerdere lymfeklieren kan meestal in één en dezelfde operatie, zowel bij  de borstsparende operatie als bij het verwijderen van de hele borst.

Schildwachtklieronderzoek      
Bij de schildwachtklieroperatie wordt slechts één (tot drie) lymfeklier(en) in de oksel weggehaald: de schildwachtklier, ook wel de poortwachtersklier of ‘sentinel node’ genoemd. Dit is de klier die als eerste het lymfevocht uit de borst ‘filtert’. Als deze lymfeklier vrij is van tumorcellen, is de kans klein dat in de andere lymfeklieren in de oksel tumorcellen aanwezig zijn. Het is dan niet nodig deze klieren weg te halen.

Bevat de schildwachtklier wél tumorcellen, dan worden alsnog alle lymfeklieren in de oksel in een tweede operatie weggenomen. Als de schildwachtklier niet gevonden wordt tijdens de operatie, dan worden alle lymfeklieren weggenomen. Dit komt niet vaak voor en wordt van tevoren met u besproken.

Verloop operatie
De schildwachtklier wordt opgespoord met radioactieve vloeistof en blauwe kleurstof. Voor de operatie wordt op de afdeling nucleaire geneeskunde een klein beetje radioactieve vloeistof geïnjecteerd rond de tumor in de borst. Dit stroomt van de tumor via de lymfevaten naar de schildwachtklier. Het legt dezelfde weg af als een kankercel zou kunnen doen.

Na 2 uur wordt een scan gemaakt om de schildwachtklier(en) aan te tonen. De scan wordt meegestuurd naar de operatiekamer. Op de operatiekamer wordt ook nog een beetje blauwe kleurstof gespoten in de huid boven de tumor wanneer u al onder narcose bent. De lymfebanen die van de plaats van de tumor afkomstig zijn kleuren blauw aan en kunnen zo gevolgd worden tot aan de lymfeklieren. Zowel de blauwe kleur als de radioactieve stof markeren nu de klier die uw chirurg moet verwijderen. De blauwe kleurstof die gebruikt wordt kan zorgen dat de urine groen gekleurd is in de eerste 24 uur en zorgt ook voor een blauwe verkleuring van een deel van de huid (kan enkele weken duren).

De okselklierdissectie
Bij een okselklierdissectie worden alle klieren in de oksel weggehaald. Bij het verwijderen van de klieren in de oksel wordt nagenoeg altijd een zenuw doorgenomen die het gevoel in de oksel en een deel van de bovenarm verzorgt. Dit kan leiden tot min of meer hinderlijke bijwerkingen, bijvoorbeeld een doof gevoel of tintelingen. Deze bijwerkingen worden in de loop van de tijd meestal minder. De okselholte wordt vaak wat dieper. Een complicatie die mogelijk kan ontstaan door het verwijderen van alle lymfklieren uit de oksel is het ontstaan van lymfoedeem. Lymfoedeem is het vasthouden van vocht in de arm aan de geopereerde zijde. In de volksmond staat dit bekend als een “dikke arm”. Om de kans op lymfoedeem zo klein mogelijk te houden krijgt u informatie van de mammacareverpleegkundige over hoe met uw arm om te gaan en een aantal zaken waar u voortaan rekening mee kunt houden.   

Na de operatie
Na de operatie heeft u een wonddrain. Bij de operatie wordt een slangetje in het wondgebied gelegd om wondvocht af te voeren. Deze wonddrain wordt soms verwijderd voordat u met ontslag gaat, maar soms pas nadat u al enkele dagen thuis bent, afhankelijk van de hoeveelheid die de wonddrain nog produceert en van uw eigen voorkeur.

Het bewegen van uw arm kan na deze operatie moeilijker zijn. De mammacareverpleegkundige geeft u informatie over het gebruik van uw arm. Het voorkomen van lymfoedeem en herstel van uw schouder- en armfunctie zijn bij de controles op de polikliniek na  de operatie steeds opnieuw aandachtspunten.
De lymfeklieren uit de oksel worden door de patholoog onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen. Op basis van deze bevindingen wordt de nabehandeling vastgesteld.

Meer informatie lymfoedeem: folder KWF