... / ... / ... / Wetenschappelijk onderzoek / Neuropsychologisch onderzoek

Neuropsychologisch onderzoek

Met een neuropsychologisch onderzoek (afgekort: NPO) kunnen de functies van de hersenen onderzocht worden. Een neuropsycholoog kan met dit onderzoek nagaan of het niet meer goed functioneren op bepaalde gebieden verband houdt met een beschadiging of storing in de hersenen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het zogenaamde ‘cognitief’ functioneren (zoals stoornissen in het geheugen, de taal, de aandacht, het tempo en uitvoeren van handelingen) en veranderingen in het gedrag en emoties (zoals stoornissen in het nemen van initiatieven, verminderde sociale vaardigheden, agressiviteit, prikkelbaarheid, angst, depressiviteit en persoonlijkheidsveranderingen). 

Het NPO bestaat uit een vraaggesprek met de Neuropsychologische testneuropsycholoog, maar grotendeels uit een testonderzoek, om de hersenfuncties te kunnen meten. De prestaties op de verschillende testen worden vervolgens vergeleken met de prestaties van mensen met dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht en opleidingsniveau. Een NPO duurt ongeveer 2 tot 3 uur. 

Bij mensen met dementie treden er veranderingen op in de hersenen, met als het gevolg stoornissen in bovenstaand cognitief en gedragsmatig/emotioneel functioneren. Neuropsychologische testBij frontotemporale dementie (FTD) worden er al in de vroegste ziektefase stoornissen gevonden in testen die een beroep doen op de taal, uitvoeren van handelingen en sociale vaardigheden. Mogelijk zou neuropsychologisch onderzoek gebruikt kunnen worden om deze veranderingen nog voor het optreden van klachten (de ‘presymptomatische fase’) aan te kunnen tonen.

Sinds 2010 volgen we daarom om de twee jaar gezonde mensen uit families met een erfelijke eigenschap voor FTD. Door de eerste meting en de eerste herhaalmeting met elkaar te vergelijken zagen we dat de mensen mét de erfelijke eigenschap achteruit gingen op testen die een beroep doen op de sociale vaardigheden, waar dit niet gebeurde in mensen zónder de erfelijke eigenschap. Ook was er een relatie tussen een hogere leeftijd en achteruitgang op taken voor het geheugen en sociale vaardigheden in dragers van de erfelijke eigenschap. Dit zou erop kunnen wijzen dat gendragers sterker cognitief achteruit gaan hoe dichter zij de leeftijd naderen dat de eerste klachten optreden. De tweede herhaalmeting is recentelijk afgerond. Wij zijn op dit moment bezig de resultaten te analyseren om te bekijken of we onze eerdere bevindingen kunnen bevestigen.