CYP2C9

Bepaling
CYP2C9 genotypering

Varianten: 430C>T (*2), 1075A>C (*3), 1076T>C (*4), 1080C>G (*5), 818delA (*6), 1003C>T (*11)

 

Klinische informatie
Ongeveer 3-5% van de blanke bevolking is een CYP2C9 trage metaboliseerder (poor metaboliser: PM) door de aanwezigheid van twee variant allelen. De belangrijkste varianten zijn *2  en *3, beiden coderend voor een verminderd actief CYP2C9 (https://www.pharmvar.org/). Heterozygoten (1 actief en 1 verminderd actief/1 inactief allel) vertonen een intermediair metabolisme (IM). Het *4 (1076T>C) allel is tot op heden enkel binnen 1 Japanse studie gevonden. De *5 (1080C>G) en *6 (818delA) allelen komen met name bij de Afrikaanse populatie voor. Het *4 ((1076T>C), *5 (1080C>G) en *11 (1003C>T) allel zijn gerelateerd aan een verminderde CYP2C9 activiteit. Het *6 (818delA) allel codeert voor een inactief enzym.

 

Betrokken geneesmiddelen (o.a.)
Acenocoumarol, diclofenac, ibuprofen, fenprocoumon, fenytoïne, glipizide, naproxen, tolbutamide, warfarine (zie ook www.drug-interactions.com).

 

Methode
Duplo analyse (QuantStudio en INFINITI (CE-IVD)) op *2, *3, *4, *5, *6, *11

 

Materiaal
EDTA-bloed (4 mL). Opslag in koelkast (max. 5 dagen), verzenden kan bij kamertemperatuur. DNA isolatie ook mogelijk uit wangslijmvlies. DNA wangslijmvliesafname kit wordt op verzoek (aangekruist op aanvraagformulier) verstuurd naar adres van patiënt.

 

Uitkomst van de test

Tabel CYP2C9-metabol 

De vertaling naar normaal, intermediair en traag metabolisme is een veralgemenisering van het effect op de enzymactiviteit, gebaseerd op de omzetting van een standaard substraat. Niet voor alle geneesmiddelen zal dit onderscheid even sterk aanwezig zijn. Raadpleeg KNMP-Kennisbank, apotheker en/of klinisch farmacoloog. 

 

Referentiewaarden

Nederland*:       2-4% traag, 25-35% intermediair, 61-73% normaal metabolisme

Afrikanen**:       1-3% traag, 18-28% intermediair, 69-81% normaal metabolisme

Aziaten**:          0-5% traag, 6-33% intermediair, 62-94% normaal metabolisme

*KNMP Congres

**PharmGkB:https://www.pharmgkb.org/page/cyp2c9RefMaterials


tabel cyp2c9 

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)


Interpretatie en consequenties voor therapie

De sterkte van het effect op het metabolisme is geneesmiddelafhankelijk. Voor doseringsaanpassingen op basis van genotype: informeer bij apotheker of raadpleeg KNMP kennisbank.

 

Gevoeligheid en beperkingen
Afwijkend metabolisme als gevolg van zeldzamere DNA varianten kan niet 100% worden uitgesloten.


Bepalingsfrequentie:
Wekelijks.

 

Literatuur:

1.      Goldstein JA. Clinical relevance of genetic polymorphisms in the human CYP2C subfamily. Br J Clin Pharmacol. 2001 Oct;52(4):349-55. Review.

2.      Becker ML, Visser LE, Trienekens PH, Hofman A, van Schaik RH, Stricker BH. Cytochrome P450 2C9 *2 and *3 polymorphisms and the dose and effect of sulfonylurea in type II diabetes mellitus. Clin Pharmacol Ther. 2008 Feb;83(2):288-92.

3.      Visser LE, van Vliet M, van Schaik RH, Kasbergen AA, De Smet PA, Vulto AG, Hofman A, van Duijn CM, Stricker BH. 2004. The risk of overanticoagulation in patients with cytochrome P450 CYP2C9*2 or CYP2C9*3 alleles on acenocoumarol or phenprocoumon. Pharmacogenetics 2004 Jan;14(1):27-33

4.      Swen JJ, Wilting I, de Goede AL, Grandia L, Mulder H, Touw DJ, de Boer A, Conemans JM, Egberts TC, Klungel OH, Koopmans R, van der Weide J, Wilffert B, Guchelaar HJ, Deneer VH. Pharmacogenetics: from bench to byte. Clin Pharmacol Ther. 2008 May;83(5):781-7.