(echogeleide) Sclerocompressietherapie ((E)SCT)

Informatie over (echogeleide) sclerocompressietherapie

In het Erasmus MC worden spataderen op verschillende manieren behandeld. Uw behandeld arts zal door middel van een echo van de benen (duplex onderzoek) bepalen voor welke behandeling(en) u in aanmerking komt.
Sclerocompressietherapie staat ook wel bekend als het ‘wegspuiten’ van spataderen. De behandeling vindt liggend plaats. Bij het inspuiten wordt door middel van een aantal kleine prikken een vloeistof in de ader(en) gespoten, die ervoor zorgt dat de wanden van de ader(en) tegen elkaar ‘geplakt’ worden.

De schuimtechniek (of ‘foam’sclerotherapie) is een vernieuwing van de traditionele sclerotherapie. De scleroserende vloeistof wordt eerst opgeschuimd door deze te vermengen met omgevingslucht en wordt daarna ingespoten onder echografische controle (= echosclerocompressietherapie of ESCT). Schuim verspreidt zich beter en gelijkmatiger dan vloeistof over het hele verloop van de ader, waardoor het doeltreffender is. Daarom kan ESCT ook voor grotere aders gebruikt worden, terwijl het vroeger alleen geschikt was voor kleintjes. Het is zeker een goede behandeling voor mensen bij wie een grotere ingreep meer risico’s inhoudt en ook voor bepaalde vormen van terugkerende spataderen.

Sclerotherapie gebeurt tijdens het spreekuur. Het duurt ongeveer vijf à tien minuten. Daarna krijgt u een verband en een therapeutische elastische steunkous om. U kan daarna meteen naar huis of aan het werk. Na de behandeling draagt u nog een week de therapeutische elastische kous.

Voor de voorbereidingsadviezen, nazorg, risico’s en contactgegevens verwijzen wij u naar onze folder over sclerocompressietherapie, klik hier.

Er is ook over deze behandeling een informatievideo beschikbaar, klik hier.